Eeuwigdurende renteloze obligaties?

(details), een eigen vertaling van mijn Engelstalige origineel

Samenvatting

De Britse organisatie Positive Money stelt voor om geldcreatie weg te halen bij commerciële banken, om die de verantwoordelijkheid te maken van de centrale bank (of van een soortgelijk instituut dat geheel of gedeeltelijk de centrale bank vervangt).

Het geld dat de centrale bank creëert moet natuurlijk gedekt zijn, er zijn activa nodig die de balans in evenwicht houden. Er is wat onduidelijkheid over hoe Positive Money dat ziet, maar uiteindelijk blijven er twee manieren over:

Relevantie voor de Nederlandse situatie

In Nederland was het burgerinitiatief om geldschepping van de agenda van de Tweede Kamer te zetten succesvol: het kreeg ruim voldoende steun vanuit de bevolking. Op 21 april 2015 is de petitie aangeboden aan de voorzitter van de Commissie voor de Verzoekschriften en Burgerinitiatieven, mevrouw Helma Neppérus.

Hoewel het uit de tekst van de petitie niet duidelijk blijkt, berusten veel van de ideeën erin in feite op Britse voorstellen die naar voren zijn gebracht door Positive Money. Dat maakt kritiek op die Britse voorstellen ook relevant voor het Nederlandse debat.

Details en referenties naar documenten van PM

Nieuw geld gedekt door consols

Referenties

(Vertaling voortgezet op 13 mei 2015.)

Op pagina 28 van de PDF bij The Positive Money proposal in balance sheets staat een noot bij de activapost (bovenin links in de balans van de Bank of England) die dient als dekking voor het nieuwe gecreëerde geld. Ik citeer (vertalend, voor het originele Engelse citaat zie de bron-PDF of mijn Engelse origineel van deze vertaling):

De activa-tegenhangers kunnen zijn: 1. Consols (d.w.z. openlijke monetaire financiering) 2. Negatief eigen vermogen 3. ‘PP of the Nation’. Alternatief kan geld ook worden geschapen als ‘token’ zonder dat het activa als tegenhanger nodig heeft of als verplichting van de uitgevende instantie te boek staat (deze mogelijkheid is hier niet uitgewerkt). Zie Jackson, Dyson en Hodgson (2012), “The Positive Money Proposal”, (‘Het voorstel van Positive Money’) voor meer details over hoe geld op deze manieren kan worden geschapen.

Mijn reacties daarop:

Ik weet niet wat “PP of the Nation” is, ik heb daar geen uitleg van kunnen vinden.

Ik weet niet zeker naar welke publicatie uit 2012 ze precies verwijzen, maar ik vond wel een document gedateerd 2 april 2013, van die auteurs, met de titel “The Positive Money Proposal” (‘Het voorstel van Positive Money’). In hoofdstuk 4 daarvan, getiteld “The reforms from an accounting point of view” (‘De hervormingen boekhoudkundig bezien’), vanaf pagina 22 en dan 6 pagina’s doorlopend, behandelen de auteurs inderdaad dit belangrijke punt: hoe door de centrale bank geschapen geld gedekt wordt aan de linkerzijde van de balans. Verschillende alternatieven worden genoemd.

Dat document van 2 april 2013 is echter bovenin voorzien van een waarschuwing in rode letters, als volgt (ik citeer vertalend):

Deze paper is nu verouderd en kan beter niet aangehaald worden. Zie in plaats ervan de actuele versie op http://bit.ly/1mdt7Yo

Dat adres leidt uiteindelijk tot Creating a Sovereign Monetary System ‘Naar een soeverein geldsysteem’), waarin hoofdstuk 4 (de bladzijden 26 tot 30) opeens heel andere onderwerpen behandelt. Alleen nog op de pagina’s 31 en 32, onder “Accounting for Money Creation” (‘Boekhoudkundige verantwoording van geldschepping’), staat nog een kort restant van wat eerder hoofdstuk 4 van het voorstel was.

Een nogal lang (vertalend) citaat uit dat nieuwere document, met daarin door mij vetdruk aangebracht op passages waar ik het in het bijzonder niet mee eens ben:

In boekhoudkundige termen zou elektronisch soeverein geld een verplichting vertegenwoordigen, rechts op de balans van de afdeling van de centrale bank die verantwoordelijk is voor het in omloop brengen van geld, net zoals dat nu al het geval is bij bankreserves en bankbiljetten. Het is echter slechts een boekhoudconventie om dit op te nemen als verplichting, en dat houdt niet in dat de centrale bank echt een schuld heeft bij de houders van dat geld. Bankbiljetten worden nu op de balans verantwoord als verplichtingen, maar wie een bankbiljet inlevert bij de centrale bank kan daar alleen maar andere bankbiljetten met dezelfde totaalwaarde voor terugkrijgen. (Bankbiljetten zijn in het Verenigd Koninkrijk al sinds 1931 niet meer inwisselbaar voor goud.) Daarom is de centrale bank de houders van bankbiljetten niets ‘verschuldigd’. Evenzo zullen houders van elektronisch soeverein geld niets anders bij de centrale bank kunnen opeisen dan identiek elektronisch geld.

De auteurs Ben Dyson, Andrew Jackson en Graham Hodgson stellen vervolgens zogeheten ‘consols’ voor, dat zijn eeuwigdurende rentevrije obligaties, als de tegenhanger op de balans. Ook hier weer geef ik in het vertaalde citaat in vetdruk aan waar ik het zeer sterk niet mee eens ben:

Dit stelt ons echter voor een boekhoudkundig dilemma. Als soeverein geld als verplichting op de balans van de centrale bank komt te staan, betekent het scheppen van meer geld een toename van haar verplichtingen (passiva). Zonder een gelijke toename van haar activa zou ze in strikt boekhoudkundige zin insolvabel worden (hoewel in de praktijk solvabiliteitsvereisten voor een centrale bank niet op dezelfde manier gelden als voor andere banken of bedrijven). Dus om dit boekhoudprobleem te omzeilen en te voldoen aan de conventies, zou soeverein geld op de balans van de centrale bank als tegenhanger staatsobligaties kunnen hebben, met ‘nulcoupons’ (niet-rentedragend) en ‘eeuwigdurend’ (zonder vervaldatum). De overheid zou zulke obligaties kunnen uitgeven, specifiek met als doel ze door de centrale bank te laten gebruiken als ‘tegenwaarde’ voor het op haar balans als verplichting geboekte soevereine geld. Deze eeuwigdurende renteloze obligaties zouden niet meetellen voor de staatsschuld, aangezien ze voor de overheid geen kosten met zich meebrengen (er is namelijk geen rente). Deze boekhoudstructuur voor geldcreatie houdt vast aan boekhoudconventies, terwijl ze ook erkent dat door een soevereine staat uitgegeven geld geen schuld inhoudt van die staat, of de verplichting om iets terug te betalen anders dan identiek geld. In plaats daarvan is zulk geld een ‘token’ (tekengeld, symbolisch geld) dat individuen en bedrijven gebruiken voor hun handelstransacties.

(Vertaling van inmiddels voltooid Engels artikel voortgezet op 6 juni 2015.)

De aard van het geld

Munten hebben van zichzelf enige waarde, hoewel meestal iets minder dan hun nominale waarde. Andere soorten geld, of het nou bankbiljetten zijn of banksaldi, zijn in mijn visie geld omdat ze verplichtingen zijn van de uitgevende instantie (centrale resp. niet-centrale bank). Een verplichting van de uitgever betekent een vordering van de houder.

Als zulk vorderingengeld tevens deelbaar en overdraagbaar is, kan het worden gebruikt om mee te betalen en is het dus geld. Want betalen betekent dat een deel van de vordering van de betaler op een bank wordt overgedragen naar de betaalde, waar het bijdraagt aan diens vordering op de (of een) bank.

Het wegredeneren van het karakter van geld als verplichting resp. vordering, zoals Positive Money doet, haalt de waarde van het geld weg, waardoor het geen geld meer is.

Hebben consols waarde?

Consols zijn een typisch Brits, historisch fenomeen. Er is voor de houder geen zekerheid wanneer deze obligaties worden afgelost en of ze überhaupt ooit worden afgelost. Dus daarin belegd geld lijkt verloren. Toch zijn consols zinvol als belegging omdat er een opbrengst is, in de vorm van coupons: periodieke rentebetalingen.

Vergelijk dit met aandelen: ook daarbij heeft de uitgevende firma geen enkele ver­plichting het door de oorspronkelijke aandeelhouders gestorte kapitaal ooit terug te betalen. Beursgenoteerde bedrijven kopen soms wel eigen aandelen terug (veel uit­gebreider in het Engels), maar dat hoeven ze niet te doen. Toch zijn aandelen een zinvolle belegging, vanwege het te verwachten rendement (dividend en koersstijging), en omdat er een markt voor is, zodat ze altijd tegen een zekere koers in geld zijn om te zetten.

Renteloze obligaties, met terugbetaalgarantie aan het eind van de looptijd, maar zonder rente, kunnen ook nog zinvol zijn, in tijden van lage rente en kans op deflatie. Er is geen rendement, maar ten minste de belofte dat aan het eind van een vooraf bekende periode het oorspronkelijke bedrag wordt terugbetaald.

Kortom:
Beleggingen zonder terugbetaalverplichting maar met kans op rendement zijn zinvol en hebben waarde.
Beleggingen met terugbetaalverplichting maar zonder kans op rendement zijn zinvol en hebben waarde.

Maar de combinatie van renteloosheid en een onbeperkte looptijd is niet zinnig. Waarom zou iemand zulke obligaties willen kopen? Het betekent voorgoed afscheid nemen van je geld en er niets voor terug krijgen.

Zelfs als in het kader van een geldhervorming de regering zulke speciale obligaties zou uitgeven, en de centrale bank zou bereid zijn ze te kopen, als dekking van nieuw te creëren geld, en zelfs als het nooit nodig is die obligaties aan een derde te verkopen; dan nog maakt het feit dat ze niet kunnen worden verkocht, simpelweg omdat niemand ze wil kopen, zulke renteloze eeuwigdurende obligaties waardeloos en dus ongeschikt als dek­king voor geschapen geld.

Als er ooit renteloze eeuwigdurende obligaties op de balans van een instantie zouden staan, of het nou een centrale bank is of een andere rechtspersoon, dan moeten die on­middellijk worden geherwaardeerd tot een realistische waarde, de marktwaarde, en die is helaas nul. Vervolgens zijn de mogelijkheden: failliet gaan (negatief eigen vermogen), of erkennen dat de verplichtingen die er aan de andere zijde van de balans tegenover staan, evenzeer de waarde nul hebben.

Goed, Positive Money stelde al dat hun nieuwe soevereine geld niet gezien moet worden als verplichting. Een niet-verplichting gedekt door een niet-bezit: dat is geen geld. Dat is nep.

Sigaar uit eigen doos

Positive Money stelt voor dat de centrale bank naar behoefte geld schept en dat beschik­baar stelt aan de regering, om er leuke en nuttige dingen mee te doen in het belang van de belastingbetaler. De dekking, de bron van dat geld is echter een nooit terug te betalen lening van de regering (in wezen dus ook: de belastingbetaler) aan de centrale bank.

Dus in feite leent de belastingbetaler geld aan zichzelf om uit te geven en ervan te genieten. Jezelf een sigaar uit eigen doos aanbieden dus. Best leuk, maar het lost geen economische of politieke problemen op. Ook hierom is de voorgestelde oplossing nep.

Nieuw geld gedekt door bankleningen

Omdat dit artikel zo al lang genoeg is, ga ik daarop in via een aparte menu-ingang.


Historie van het vertaalproces: 3 en 13 mei, 6 juni 2015.


Naschrift 21 april 2016

Er blijkt ook een Nederlandse variant te bestaan van de Britse consols: de Grootboeken der Nationale Schuld. Vindpad: een Twitter-discussie: Mike, 19 april, ik, 20 april

Via Google vond ik deze wat dubieus aandoende site, en vervolgens bij het Agentschap van de Generale Thesaurie, dat beschrijft hoe die grootboeken in 1814 ontstaan zijn, hoe ze vanaf 2010 gemoderniseerd zijn, maar nog altijd doorlopen, genoteerd aan Euronext Amsterdam.

Er staat o.a. “Deze vorm van eeuwigdurende schuld werd naar Frans voorbeeld ingericht.” Wat dat Franse voorbeeld dan precies was, weet ik niet.


Copyright © 2015-2016 R. Harmsen. Alle rechten voorbehouden, all rights reserved.