Kiesdrempel én twee ronden

Als ik mijn eerdere ideeën toepas op de uitslag van de verkiezingen van 22 november vorig jaar voor de Tweede Kamer, vanuit de aanname (een onjuiste, maar ik heb niks beters) dat mensen in de eerste ronde van een tweerondensysteem net zo zouden stemmen als bij de huidige in één ronde, dan hadden alleen PVV, PvdA/GL en VVD mee mogen doen in de tweede en beslissende ronde. De nieuwe partij NSC (Nieuw Sociaal Contract) van Pieter Omtzigt had er dan, meteen bij de eerste verkiezingen waaraan ze meedeed, al uit gelegen. Een beetje sneu.

Goed, je zou er ook voor kunnen kiezen, zoals Paul Scholten deed, niet drie maar zes partijen mee te nemen in de tweede kiesronde. PVV, PvdA/GL, VVD, NSC, D66 en BBB. Maar zo’n aantal, drie of zes, doet nogal arbitrair aan. Kan dat niet beter?

Ik denk het wel. Stel we nemen voor de eerste ronde een kiesdrempel, niet van 5, maar van 10%. Ofwel in de Nederlandse verhoudingen: 15 zetels. Alles daaronder zijn splinters, daar heb je niks aan. Alleen de partijen die dat halen, mogen meedoen in de tweede ronde, die bepalend is voor de uiteindelijke zetelaantallen.

Wat zou het effect geweest zijn? PVV (37 zetels), PvdA/GL (25), VVD (24), NSC (20). Beter, eerlijker. Het is moeilijk te zeggen waar de afgewezen kiezers in de tweede ronde op zouden stemmen. Ik doe geen poging, maar veronderstel een gelijkmatige groei, zodat 106 zetels er weer 150 worden. Dat levert op: PVV (53), PvdA/GL (35), VVD (34), NSC (28).

Meerderheden: PVV+VVV (87), PVV+NSC (81), PvdA/GL+VVD+NSC (97). Een stuk makkelijker onderhandelen.