Tegen de tegenargumenten tegen de Europese Grondwet

18–

Inleiding

Ik ga op 1 juni zeker stemmen. Om goed te weten waar ik voor of tegen stem heb ik de laatste weken heel wat informatie gelezen, vooral uit de tekst van de Europese Grondwet zelf, maar ook argumenten van voor- en tegenstanders. Bij de tegenstanders lees ik relatief veel dingen die niet kloppen met de grondwet zelf, of die daar een eenzijdig beeld van geven. Daarom heb ik besloten enkele tegenargumenten te confronteren met de grondwettekst. Ik houd zoveel mogelijk mijn eigen meningen en opvattingen erbuiten, maar beperk me tot wat er nou eigenlijk werkelijk in de tekst staat. Ik heb de indruk dat te weinig mensen die lezen.

In het vervolg maak ik zichtbaar onderscheid tussen:

Geciteerde argumenten van anderen

Mijn eigen beweringen

Citaten uit de Europese grondwet


Groep Wilders

Christenunie

Ronald Plasterk

Barend en Van Dorp

Socialistische Partij (SP)


Groep Wilders

Geert Wilders citeert op de website van zijn partij een artikel van hemzelf in de Volkskrant van 15 februari 2005.

(punt 1)

Daarin schrijft hij:

Maar een Europese federale staat is een droom. Een Europees volk bestaat immers niet, Nederlanders zijn geen Slowaken en Spanjaarden geen Zweden.

Mijn tegenwerping:
Inderdaad. Vandaar ook dat de Europese Grondwet stelt:

Artikel I-3: De doelstellingen van de Unie
lid 3:

[...]
De Unie eerbiedigt haar rijke verscheidenheid van cultuur en taal en ziet toe op de instandhouding en de ontwikkeling van het Europees cultureel erfgoed.

En verder:

Artikel I-5: De betrekkingen tussen de Unie en de lidstaten

1. De Unie eerbiedigt de gelijkheid van de lidstaten voor de Grondwet alsmede hun nationale identiteit, die besloten ligt in hun politieke en constitutionele basisstructuren, waaronder die voor regionaal en lokaal zelfbestuur. Zij eerbiedigt de essentiële staatsfuncties, met name de verdediging van de territoriale integriteit van de staat, de handhaving van de openbare orde en de bescherming van de nationale veiligheid.

Ook staat in de Europese Grondwet:

Artikel III-280: Cultuur

1. De Unie draagt bij tot ontplooiing van de culturen van de lidstaten, onder eerbiediging van de nationale en regionale verscheidenheid van die culturen, maar tegelijk ook de nadruk leggend op het gemeenschappelijk cultureel erfgoed.

Wilders geeft hier dus een argument voor de Grondwet, niet ertegen.

(punt 2)

Hij gaat verder met:

Europa is simpelweg te groot en te gevarieerd om in het nauwe kader van een gecentraliseerde staat te passen.

Een gecentraliseerde staat, dat is dan ook precies wat de Europese Unie niet is, niet beoogt te zijn, en niet zal worden door deze grondwet.

(punt 3)

Wilders:

De bevoegdheden van de EU worden alleen maar verder uitgebreid, van asiel en immigratiebeleid tot het strafrecht.

De bevoegdheden van de EU (exclusieve en gedeelde bevoegdheden, let op het onderscheid) staan beschreven in de artikelen Artikel I-13 t/m Artikel I-18. Te lang om hier te citeren, maar leest u ze vooral zelf. De Grondwet is in normaal Nederlands (en andere EU-talen) geschreven, en is wel lang, maar niet eens zo moeilijk. Mijn ervaring is dat het in de krant (27 pagina's, verkrijgbaar bij gemeentehuizen en bibliotheken) makkelijker lezen is dan op internet.

Bij die bevoegdheden staan asielbeleid, immigratiebeleid of strafrecht niet genoemd. (Of ik moet eroverheen kijken, correcties welkom.) Wel is samenwerking op deze terreinen voorzien:
Artikel III-265 t/m Artikel III-268 over asiel- en immigratiebeleid,
Artikel III-269 t/m Artikel III-274 over samenwerking bij de justitie, en
Artikel III-275 t/m Artikel III-277 over samenwerking bij de politie.

Leest u deze teksten zo veel mogelijk zelf, laat u niet afschepen met wat politici en anderen, voor- of tegenstanders van de Grondwet, erover beweren. Alleen de tekst zelf telt.

(punt 4)

Wilders stelt in zijn artikel:

Feit is dat vaker zal worden gestemd op basis van meerderheden. Nederland raakt maar liefst 63 vetorechten kwijt. Landen met meer inwoners krijgen een fors zwaardere stem en dito invloed. Gekwalificeerde meerderheidsbesluiten zullen op basis van de nieuwe Europese Grondwet 65 procent van de bevolking moeten representeren. Grote Europese landen zullen hierdoor, en door het schrappen van tientallen vetorechten, makkelijk heen kunnen walsen over kleinere lidstaten als Nederland. Nederland is de grote verliezer.

Dat van die 65 procent is waar. Maar Wilders vertelt hier maar de halve waarheid. Sterker nog, hij laat driekwart van de waarheid weg. Leest u zelf maar:
(maar zie ook dit!)

Artikel I-25:
Definitie van gekwalificeerde meerderheid van stemmen in de Europese Raad en in de Raad

1. Onder gekwalificeerde meerderheid van stemmen wordt verstaan ten minste 55% van de leden van de Raad die ten minste vijftien in aantal zijn en lidstaten vertegenwoordigen waarvan de bevolking ten minste 65% uitmaakt van de bevolking van de Unie.
Een blokkerende minderheid moet ten minste uit vier leden van de Raad bestaan; in het andere geval wordt de gekwalificeerde meerderheid van stemmen geacht te zijn verkregen.

Behalve 65% van de bevolking moeten dus ook 15 landen ja zeggen, en 55% van de landen. Alle landen, ook Malta, Cyprus, Luxemburg, Denemarken, Nederland, tellen bij die laatste twee berekeningen even zwaar.
Stel dat Duitsland, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Italië en Polen, met samen wel zo'n 294 miljoen inwoners (1998), er een typisch grote-landendingetje doorheen willen drukken. Die 65% van de bevolking halen ze net. Maar 5 landen is minder dan 15, en ook minder dan 55% van het aantal landen. Gaat dus mooi niet door. Ze zullen ook een heleboel andere, kleinere landen moeten overtuigen.
Zie ook deze berekeningen.

(Hier zit ik waarschijnlijk fout! Hier uitleg)
En dan nog, als iets dreigt te worden aangenomen waar Nederland absoluut niks van moet hebben, dan hoeft Nederland maar drie medestanders te zoeken (ook Luxemburg en Malta tellen weer voor één hele stem) om het tegen te houden. Keus genoeg, met 25 en straks 27 leden. En als onder al die landen er geen drie te vinden zijn die het met je eens zijn, dan moet je je misschien toch eens achter je oor krabben over hoe het komt dat Nederland zo alleen staat.
(Hier zit ik waarschijnlijk fout! Hier uitleg)

Opmerking 1:

De gekwalificeerde meerderheid gaat pas in 2009 in, daarvóór geldt inderdaad een verdeelsteutel op grond van inwonertallen.
(Dit staat ergens in de Bijlagen, ik kan het op internet zo snel niet vinden. Het staat wel in de PDF, bij "Bepalingen betreffende de Europese Raad en de Raad".)
De grondwet gaat de situatie dus verbeteren, het wegvallen van veel veto's wordt gecompenseerd door diverse andere waarborgen.

Opmerking 2:

Met "Raad" wordt hier bedoeld "Raad van Ministers". Samen met het Europees Parlement vormt die de wetgevende macht van de Europese Unie. Zie Artikel I-23. In de Raad van Minister zit voor ieder land een minister, met volmacht van de nationale regering waar hij (met 'hij' bedoel ik hier en in het vervolg uiteraard ook 'zij', waar van toepassing) deel van uitmaakt.

Opmerking 3:

Lees hierover ook Artikel I-44: Nauwere samenwerking. In lid 3 daarvan staat een andere blokkerende minderheid beschreven, die 35% van de bevolking moet vertegenwoordigen, plus één lid. Hier kan een enkel land dus veel moeilijker iets tegenhouden (maar lees ook hier).
Maar dit artikel gaat dan ook speciaal over vrijwillige samenwerkingen tussen een deel van de lidstaten. Wie niet met dat groepje mee wil doen kan zich eraan onttrekken, dat staat duidelijk in lid 4:

4. De in het kader van een nauwere samenwerking vastgestelde handelingen zijn alleen verbindend voor de lidstaten die aan de nauwere samenwerking deelnemen. Zij worden niet beschouwd als een acquis dat door de kandidaat-lidstaten van de Unie moet worden aanvaard.

(Dat woord acquis is mij ook te moeilijk, daar moet ik de Van Dale even bij pakken (ik heb de driedelige papieren 13e): maar het staat er niet in! Jammer. Een misser. In het Frans betekent het woord volgens mijn Prismaatje: "kennis, bekwaamheid, ervaring", maar dat kan ik hier ook niet plaatsen.
Ik hoorde later van iemand die goed Frans kent dat het 'verworvenheid' betekent.)

De term "gekwalificeerde meerderheid" komt nog vaker voor in de Grondwet. De hele tekst van de grondwet is ook op te halen als PDF-bestand (te lezen met Acrobat Reader van Adobe). Dat zoekt makkelijker, omdat dan alles in één document staat. Let ook op de termen consensus, eenparigheid van stemmen, meerderheid. Van belang voor besluitvorming en machtsverhoudingen, en voor de vraag of het kleine Nederland (valt trouwens wel mee) nog wel wat te vertellen heeft in de EU.

(punt 5)

Weer terug naar het artikel van Geert Wilders:

Feit is dat het huidige roulerende halfjaarlijkse voorzitterschap zal verdwijnen en worden vervangen door een vast voorzitterschap van de Europese Raad, die voor maximaal twee keer twee en een half jaar wordt gekozen. Wie die voorzitter ook zal mogen leveren, feit is dat hij zijn oren zal laten hangen naar de grotere lidstaten die er immers voor kunnen zorgen dat hij al dan niet wordt herbenoemd.

Kan best zijn. Maar bedenk wel dat de voorzitter van de Europese Raad geen president is, zoals soms beweerd wordt. Veel macht heeft hij ook niet, hij heeft niet eens stemrecht! I-25, lid 4.

(punt 6)

Wilders:

Feit is dat Nederland een eigen stemgerechtigd Europees commissaris kwijtraakt. Nederland verliest dus stemrecht in de Europese Commissie en zoals oud-eurocommissaris Frits Bolkestein eerder terecht zei is een commissaris zonder stemrecht een castraat .

Inderdaad komen er op termijn minder commissarissen. Maar bedenk wel dat de Europese Commissie slechts een beperkte macht heeft. Wetgevende macht hebben commissarissen niet, al spelen ze wel een rol bij de wetgevingsprocedures (III-395 en verder).
De wetgevende macht van de Europese Unie ligt bij de Raad van Ministers (I-23) en het Europees Parlement (I-20) samen.

Ook al heeft Nederland soms een tijdlang geen Europees Commissaris, dan nog is de Nederlandse regering wel vertegenwoordigd in de Europese Raad (I-21) en de Raad van Ministers (I-23). En er zitten Nederlandse volksvertegenwoordigers in het Europees Parlement.

Ook is het een misverstand dat "onze" Europees Commissaris er zit om de Nederlandse belangen te behartigen, want commissarissen zijn onafhankelijk:
zie I-26, lid 7:

7. De Commissie oefent haar verantwoordelijkheden volkomen onafhankelijk uit. Onverminderd artikel I-28, lid 2, vragen noch aanvaarden de leden van de Commissie instructies van enige regering, instelling, orgaan of instantie. Zij onthouden zich van iedere handeling die onverenigbaar is met het karakter van hun ambt of met de uitvoering van hun taak.

(Opmerking: dat "I-28, lid2" moet volgens mij "..lid 4" zijn, anders slaat het nergens op. Lid 2 heeft niet met de Europese Commissie te maken).


ChristenUnie

Zie http://www.christenunie.nl/

(punt 7)

Peter van Dalen schrijft hier:

Er zijn nog andere nadelen die problemen gaan geven. Zo verwacht ik veel verwarring door twee nieuwe figuren die het verdrag introduceert: de Europese president en de Europese minister van Buitenlandse Zaken. Die gaan optreden naast de voorzitter van de Europese Commissie.
Dat wordt dus bakkeleien met elkaar, wie vooraan op de foto met de groten der aarde staat. En als de foto gemaakt is, ruziën ze verder over wie de belangrijkste dossiers mag behandelen en wie de volgende persconferentie doet.

Ik heb in de grondwettekst gezocht op het woord "president". Ik vind veel nationale presidenten bij de ondertekeningsforumules, en er is een president van het Europees Hof van Justitie, in artikel III-355:

De rechters wijzen uit hun midden voor drie jaar de president van het Hof van Justitie aan. Hij is herbenoembaar.

Ook de Europese Centrale Bank heeft een president: III-382. Een "Europese president" vind ik nergens. Ik vind het enigszins verwarrend om de voorzitter van de Europese Raad - want ik denk dat die bedoeld wordt - in het Nederlands president te noemen. (Maar zie ook punt 21 over andere talen).
Hier nuanceert de ChristenUnie gelukkig die term "president":

Hij of zij krijgt bijna de status van een EU-president.

Bijna is niet helemaal. Voor mij is het "niet". Zie ook punt 5 en punt 21.

Het bakkeleien valt niet uit te sluiten. Maar de bevoegdheden en functies van alle drie zijn in de grondwet vastgelegd:

Dus daar hebben ze zich dan maar aan te houden

.

(punt 8)

Peter van Dalen schrijft verder:

Een tweede bron van dispuut wordt de bemensing van de Europese commissie. Het aantal eurocommissarissen zal krimpen en er zal op termijn een roulatiesysteem komen, waardoor de landen niet voortdurend een eigen commissaris hebben.
Ik weiger te geloven dat dit gaat werken. Ook hierbij zullen de grote landen al snel laten horen dat dit hun niet bevalt. Maar waarschijnlijk zullen ook de kleinere lidstaten ontdekken, dat het niet continu hebben van een eigen commissaris flinke nadelen heeft. Nu kan een land door zo'n figuur de besluitvorming nog beïnvloeden; straks is dat voorbij.

Mijn tegenwerping:

De Eurocommissarissen zijn helemaal niet bedoeld om het nationaal belang te vertegenwoordigen. Ze hoeven zich niet te laten beïnvloeden, en mogen dat zelfs niet, door niemand. Zie artikel I-26 lid 7, en punt 6 hierboven.

"Vragen noch aanvaarden", dat lijkt me duidelijk genoeg.

(punt 9)

Verder op de site van de ChristenUnie:

Nederlandse stem gesmoord
- Nederland krijgt minder invloed. Stemmen van kleine landen wegen minder zwaar..
- Teveel macht gaat naar Brussel. Nederland raakt weer meer controle kwijt over binnenlandse zaken.

Dat is maar zeer ten dele waar. Er zijn waarborgen ingebouwd om de stem van alle lidstaten te blijven horen. Zie punt 4 hierboven. Zie ook mijn berekeningen. En zie punt 12 hieronder.

Maar lees ook mijn latere herziening!.

(punt 10)

De ChristenUnie:

Omdat binnen de Unie verschillende samenwerkingsverbanden (kopgroepen) mogelijk worden, ontstaan eerste en tweederangs lidstaten.

Ik denk dat dit betrekking heeft op Artikel I-44 de nauwere samenwerking. Zie ook punt 4, waarvan mijn Opmerking 3.

Ik vind het nogal tegenstrijdig van de ChristenUnie om enerzijds te waarschuwen tegen verlies van controle door Nederland, en tegelijk niet blij te zijn met een mogelijkheid om zich als land aan bepaalde Europees afgesproken zaken te onttrekken. Die mogelijkheid is er m.i. juist om de vrijheid van de landen, en de controle over eigen zaken, te vergroten.

Ook is het jammer dat de ChristenUnie wel kritiek geeft, maar geen links naar de grondwetsartikelen waar die zich tegen richt, zodat de lezers het zelf kunnen nalezen. Bij deze dan maar; aangenomen dat mijn interpretatie van hun kritiek de juiste is.


Ronald Plasterk

(punt 11)

Ronald Plasterk schrijft in zijn column van 20 mei 2005:

De Europese Unie heeft weliswaar democratische elementen, misschien nemen die met de Grondwet iets toe, maar het is en blijft een niet-democratisch orgaan. Wij kunnen niet via verkiezingen bepalen wat de politieke kleur van de commissie wordt die Europa regeert. En daarmee betekent de Grondwet een overdracht van macht van een democratische bestuurslaag naar een niet democratische centra­lis­tische macht. En daar ben ik tegen.

Tegenwerping: in democratisch bestuurde landen worden ministers ook niet gekozen. De wetgevende macht wordt wel gekozen. Dat is in Europa ook zo.
Het gekozen Europees Parlement is mede Europees wetgever. In de Raad van Ministers (ook mede-wetgever) en de Europese Raad zijn de nationale regeringen vertegen­woordigd (en niet met een overwicht van de grote landen, zie punt 4). Die regeringen hebben de steun van, en moeten zich verantwoorden tegenover, de nationale parle­menten. Wel democratie, maar inderdaad een gecompliceerde en indirecte. Ik vermoed dat dat juist gedaan is om niet alleen de meerderheid van de bevolking(en), maar ook de afzonderlijke lidstaten voldoende stem te geven.
Juist omdat Europa geen superstaat of statenbond is, maar een samenwerkingsverband van soevereine staten.

De Europese Commissarissen kunnen principieel ook niet gekozen worden, omdat ze on­af­hankelijk zijn. Zie punt 6 en punt 8.

(punt 12)

Plasterk:

[...] het cruciale artikel 1.6 ("De Europese wet gaat boven de nationale") [...]"

Dat staat er niet. De letterlijke tekst van artikel I-6 is:

De Grondwet en het recht dat de instellingen van de Unie bij de uitoefening van de haar toe gedeelde bevoegdheden vaststellen, hebben voorrang boven het recht van de lidstaten.

Er staat "het recht", dat zijn dus "wetten", niet "de wet". Vanwege de bevoegdheden (artikel I-11 t/m I-18) die Europa heeft en niet heeft, gaan veel nationale wetten niet over dezelfde zaken als waarover de Europese wetten gaan. Er is dus helemaal geen tegen­stelling en geen conflict, niet in die wetten.
Dat de gedeelde bevoegdheden (I-14) in dit artikel I-6 erbij genoemd staan is m.i. essentieel.

In het Engels staat er weliswaar wel "the law", maar ik denk dat de Nederlandse term "het recht" daar de juiste vertaling van is. Van Dale Groot Woordenboek Engels-Nederlands (gekeken in 2e druk uit 1995) duidelijk een betekenis "law = wet" van een andere be­tekenis (meestal met lidwoord, dus "the law", dat staat er bij aangegeven) "wet ==> rechtsstelsel, wetgeving".
In andere talen is het onderscheid net als in het Nederlands duidelijker:
in het Duits staat er 'Recht', niet 'Gesetz'
in het Frans 'droit', niet 'loi'
in het Portugees 'direito', niet 'lei'.


Barend en Van Dorp

Dit tv-programma heeft hier zijn website.

Zie ook mijn column over één van de uitzendingen.

(punt 13)

In de uitzending van 17 mei 2005 klaagde Frits Barend dat in de nieuwe folder (de samenvatting) weer stond:

Het recht van de EU gaat boven het recht van de lidstaten.

In een eerdere uitzending had Staatssecretaris Nicolaï gezegd, over een eerdere folder, dat dat een foutje was, en dat het er bij de volgende folder uit moest. Frits was dus verbaasd dat het er nu weer in stond.

Wat ik jammer vind is dat het programma in zo'n geval alleen blijft kijken naar folders. Die zijn kort, dus er staan enkele artikelen verkort in weergegeven. Dat is logisch, dat kan niet anders. Als er onduidelijkheid ontstaat moet je dus de echte tekst van de grondwet erbij pakken. Maar in Barend en Van Dorp doet men dat niet. Ze blijven hameren op die folders, en dat is nou eenmaal niet de bepalende tekst.

Zie voor de echte tekst artikel I-6 en bovenstaand punt 12. Daar is te zien dat wat in de folders staat zowel waar als niet waar is, omdat het alleen klopt als je de bevoegdheden van Europa (artikelen I-13 t/m I-18) erbij haalt. Geen eenvoudige kost, maar wel essentieel. Eerst lezen, dan oordelen. Niet alleen uitgaan van folders, niet luisteren naar politici, maar zelf lezen, is mijn devies. Het is veel, en niet altijd even makkelijk, maar de essentiële gedeelten zijn best leesbaar.

(punt 14)

In de uitzending van 20 mei van het tv-programma Barend en Van Dorp was Neelie Kroes te gast, Europees commissaris. Zij hamerde steeds weer op het feit dat er met 25 i.p.v. 15 lidstaten nieuwe spelregels nodig zijn. Op zich een geldig punt, alleen was het vaak niet het antwoord op de gestelde vraag.

Ze stelde ook dat Nederlanders die bijvoorbeeld Rome of Madrid bezoeken niet meer het gevoel hebben dat ze in het buitenland zijn. Frits Barend zei dat gevoel nog wel te hebben. Ik heb het ook, zelfs op de weg tussen Breda en Antwerpen. Het verschil tussen de landen is ook nog steeds zichtbaar, al was het maar aan de bouwstijl en materiaalkeus van de huizen.
Behalve dat opgewonden gevoel van "in het buitenland" te zijn voel ik me ook thuis in niet-Nederlandse Europese steden en landschappen, omdat het allemaal bij Europa hoort.

Het mooie van de Europese grondwet is dat beide houdingen erin verwoord staan. Er is veel samenwerking in geregeld, veel gemeenschappelijks, maar er zijn ook de artikelen over het behoud van de verscheidenheid:
I-3, I-5, I-10 lid 1, I-10 lid 2d, II-82, III-280, IV-448.
Voor citaten van enkele van deze artikelen zie punt 1 hierboven.

Veel van de onvrede tegen Europa komt voort uit angst voor verlies van eigen identiteit en zeggenschap van Nederland. Jammer dat iemand als Neelie Kroes dat niet aanvoelt, en een onjuist en onvolledig beeld van de Europese grondwet schept door het idee achter zulke artikelen niet aan te stippen.

(punt 15)

Dan nog twee punten die ik per e-mail toegezonden kreeg, en die ik hier graag (uiteraard met toestemming) opneem:

Dat Europees recht, d.w.z. een Europees verdrag, boven nationaal recht gaat staat al in onze eigen [Nederlandse] Grondwet. Art. 94 bepaalt:

Binnen het Koninkrijk geldende wettelijke voorschriften vinden geen toepassing indien deze toepassing niet verenigbaar is met een ieder verbindende bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties.

Het ontwerp-verdrag [voor de Europese grondwet] introduceert dus niet iets nieuws op dit punt.

(punt 16)

De discussie in Barend & Van Dorp de afgelopen week met de ministers Verdonk en Peijs over wat de regering zou doen in geval van een negatieve uitslag ("is het denkbaar dat het kabinet de uitslag naast zich neerlegt?") getuigt van een volstrekt gebrek aan inzicht in onze eigen grondwet bij beide gastheren. Verdragen worden getekend door de regering, maar binden Nederland pas als ze worden geratificeerd en dat kan pas na goedkeuring door de Staten-Generaal. Als de kiezer "nee" zegt en het parlement die keuze volgt, kan de regering het verdrag er helemaal niet alsnog doordrukken. Peijs heeft dit adequaat uitgelegd. Verdonk kon zich waarschijnlijk niet goed voorstellen dat Barend zijn eigen grondwet zo slecht kent.

(Zie ook mijn column over één van de uitzendingen van BvD.)

Ik heb dit nog even nagelezen, en het klopt, zie artikel 91 van de Nederlandse grondwet.


Socialistische Partij (SP)

(punt 17)

Op de site van de SP lees ik:

In artikel I-6 staat: "De Grondwet en het recht dat de instellingen van de Unie bij de uitoefening van de haar toegedeelde bevoegdheden vaststellen, hebben voorrang boven het recht van de lidstaten." De Europese grondwet komt dus niet in de plaats van de Nederlandse, maar staat er wel boven. Dit betekent dat indien Nederland in de toekomst een grondwetswijziging wil doorvoeren, dit niet strijdig mag zijn met deze Europese grondwet.

Tot zover klopt het.

Op deze manier wordt de Nederlandse grondwet gedegradeerd tot een onder­geschikt document.

Er wordt niets gedegradeerd, want het was al zo, het staat ook in de Nederlandse grondwet zelf. Zie punt 15.
Het is ook volkomen logisch. Zonder deze bepaling zou Nederland nooit iets kunnen afspreken met andere landen, en zou Nederland een onbetrouwbare partner worden. Dan konden we namelijk een verdrag sluiten met andere landen, en ons er vervolgens lekker niet aan houden door een nationale wet te maken die dat verdrag weer uitschakelde. Dat kan natuurlijk niet. Dan moet je het verdrag opzeggen. Is dat niet gebeurd, dan geldt het verdrag, en gaat het boven de Nederlandse wetten. Zo is het ook met Europese verdragen, en met de Europese grondwet als die aangenomen wordt.
Volkomen logisch, als je er even over doordenkt.

(punt 18)

Hier staat:

Volgens de Duitse minister van Buitenlandse Zaken is de grondwet een geboortebewijs "voor een enkele Europese staat, gebaseerd op een Europese Grondwet."

Met wat een Duitse minister zegt hebben we niks te maken. Het enige dat telt is de tekst van de grondwet zelf, en de betekenis daarvan. Irrelevant argument.

Zo wordt Europa steeds meer een superstaat waarin Nederland een soort provincie wordt.

En verderop ook:

De Europese Unie en de voorliggende grondwet maken van Europa een superstaat of een grootmacht en van Nederland een provincie. We vinden dat veel te ver gaan.

Zie de punten 4 en 12.

(punt 19)

De SP stelt

In feite wordt geregeld dat de zes grote landen de 19 kleine (waarvan NL de grootste is) volledig kunnen overstemmen. Grote landen zoals Duitsland en Frankrijk krijgen meer stemgewicht in de Raad, kleinere landen krijgen minder gewicht.

Dit is echt volkomen onwaar. Zie punt 4.

Bij nader inzien moet ik deze boude stelling behoorlijk nuanceren.

Zie ook mijn column over een uitzending van BvD, waarin dit punt niet aan de orde kwam.

(punt 20)

Dan dit punt van de SP:

Behoudt Nederland de eigen Eurocommissaris?
Vanaf 2014 is er geen commissaris per lidstaat meer. Er komen er dan 18 die verdeeld zullen worden per toerbeurt.

Klopt. Maar zie hierover wel punt 6 en punt 8.

(punt 21)

Op de site van de SP lees ik:

Komt er een president van Europa?

Er komt een Europese president (vaste voorzitter), die de Raad van regeringsleiders 2,5 jaar voorzit. Deze president mag maximaal een maal herkozen worden. Ook komt er een minister van buitenlandse zaken.

Zie punt 5 en punt 7.

Toegegeven, in andere talen (Engels, Frans, Duits, Spaans, Portugees, Italiaans) staat er wel 'president'. Maar dat betekent 'voorzitter', namelijk van de Europese Raad. De Voorzitter van een Raad is wel iets anders van de President van een Staat. Het gaat niet om de aanduiding van de functionaris, maar om de functie en de daarbij horende bevoegdheden. En die staan in artikel I-22 beschreven:

1. De Europese Raad kiest zijn voorzitter met gekwalificeerde meerderheid van stemmen voor een periode van tweeënhalf jaar. De voorzitter is eenmaal herkiesbaar. Indien de voorzitter verhinderd is of op ernstige wijze tekortschiet, kan de Europese Raad volgens dezelfde procedure zijn mandaat beëindigen.

2. De voorzitter van de Europese Raad:

a) leidt en stimuleert de werkzaamheden van de Europese Raad;

b) zorgt, in samenwerking met de voorzitter van de Commissie en op basis van de werkzaamheden van de Raad Algemene Zaken, voor de voorbereiding en de continuïteit van de werkzaamheden van de Europese Raad;

c) bevordert de samenhang en de consensus binnen de Europese Raad;

d) legt na afloop van iedere bijeenkomst van de Europese Raad een verslag voor aan het Europees Parlement. De voorzitter van de Europese Raad zorgt op zijn niveau en in zijn hoedanigheid voor de externe vertegenwoordiging van de Unie in aangelegenheden die onder het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid vallen, onverminderd de aan de minister aan Buitenlandse Zaken van de Unie toegedeelde bevoegdheden.

3. De voorzitter van de Europese Raad kan geen nationaal mandaat uitoefenen.

En let op artikel I-25 lid 4:

4. In de Europese Raad nemen de voorzitter en de voorzitter van de Europese Commissie niet deel aan de stemming.

(punt 22)

Op de site van de SP lees ik:

Het is echter wel een feit dat een eventuele toetreding van Turkije negatieve gevolgen zal hebben voor de positie van kleine landen, omdat Turkije dan in een keer een van de grootste lidstaten is.

Onjuiste voorstelling van zaken. Scheelt nauwelijks iets. Zie punt 4, en de berekeningen.

En zie vooral ook mijn latere correctie.

(punt 23)

De SP voert ook dit argument aan:

Op ongeveer 40 gebieden verliest Nederland een veto. Onder andere op asielterrein, justitie, onderdelen van defensie en buitenlandse zaken zal op basis van een gekwalificeerde meerderheid besloten worden. Dit betekent dat een voorstel aangenomen kan worden als 15 lidstaten (of meer) het voorstel steunen.

Tot zover akkoord, de SP geeft de zaken hier eerlijk weer.

Nederland verliest de mogelijkheid om een voorstel tegen te houden als dit bijvoorbeeld ongunstig is voor ons land. Hierdoor wordt zeggenschap over ons eigen beleid ingeleverd.

Maar hier vervalt de SP naar mijn mening in tendentieuze berichtgeving. Ze zwijgen namelijk over de blokkerende minderheid van 4 landen, die geregeld is in Artikel I-25.

Of vergis ik me, en geldt deze definitie van gekwalificeerde meerderheid (inclusief blokkerende minderheid) niet voor besluiten van de Raad van Minister wat betreft punten uit Deel III over het "Beleid van de Unie"? Waaronder bijvoorbeeld het Asielbeleid in Artikel III-265 en verder?

Jawel, ik vergiste me inderdaad!

Ik laat me graag corrigeren met inhoudelijke kritiek. Mijn e-mailadres staat hier omschreven.


De Europese Grondwet in andere talen:

Nederlands Engels Frans Duits Spaans Portugees Italiaans Deens Zweeds Fins Hongaars Pools

(Of vul voor overige talen zelf de tweeletterige taalcode (ISO 639) in, achterin het adres, op de plek waar nu NL staat:
http://europa.eu.int/eur-lex/lex/JOHtml.do?uri=OJ:C:2004:310:SOM:NL:HTML
Evenzo is van het adres van deel I in een bepaalde taal een andere taal te maken door twee keer de taalcode te veranderen, bijvoorbeeld:
http://europa.eu.int/eur-lex/lex/LexUriServ/site/nl/oj/2004/c_310/c_31020041216nl00110040.pdf
wordt
http://europa.eu.int/eur-lex/lex/LexUriServ/site/en/oj/2004/c_310/c_31020041216en00110040.pdf
voor de Engelse versie.