Bedolven

17 maart 2012

Ook weer fout?

De NRC op 13 februari 2012, in een artikel van Jules Seegers:

Montenegro heeft de noodsituatie uitgeroepen en de NAVO om hulp gevraagd in verband met extreme sneeuwval. Sinds in 1949 begonnen werd met metingen is er nog niet zoveel sneeuw gevallen.

Het vliegveld in de hoofdstad Podgorica werd gisteren gesloten nadat er 57 centimeter was gevallen. Diverse lawines veroorzaakten noodsituaties. De politie haalde gisteren vijftig passagiers uit een trein die twee dagen eerder was bedolven.

Ik dacht meteen “dat zal wel weer fout zijn” (en maakte een notitie, want inderdaad, het artikel is al ruim een maand oud; notitie nu pas uitgewerkt).

Er is immers geen handeling. Die sneeuw is niet bewust, opzettelijk die trein gaan zitten bedelven. Dus een toestand? Ja, na de gebeurtenis (geen handeling, wel een gebeurtenis, dat geldt ook) is er de toestand van ‘bedolven zijn’, maar de zin beschrijft primair de gebeurtenis, niet de daaruit resulterende toestand.

Wel goed dus, ook, die volgorde “was bedolven”. Het mag allebei, “bedolven was” was ook goed geweest.

Ik had met mijn spontane, inmiddels te aandachtige en daardoor achterdochtige gut feeling ongelijk. De NRC is in elk geval in dít artikel wel degelijk een kwaliteitskrant, wat o.a. moet blijken uit zorgvuldig en correct taalgebruik.

Maar waarom dan?

Grammaticale situatie

Waarom is het wel goed? Hoe zit dat grammaticaal?

Antwoord: ik denk dat we hier te maken hebben met een plusquamperfectum van het passief. Moeilijke woorden. Uitleggen dus.

‘Bedelven’ is een overgankelijk werkwoord. ‘De sneeuw bedolf de trein.’ is een geldige zin. ‘De sneeuw’ is onderwerp, ‘de trein’ lijdend voorwerp. En de mensen erin letterlijk ook.

Tegenwoordig personifiëren we de natuur meestal niet meer. We geloven niet in een sneeuwgod of een lawinegod die zulke toestanden veroorzaakt. We hebben het wel soms nog over ‘de weergoden’, maar dan alleen schertsend.

Daarom is genoemde zin een beetje raar. We halen het actieve van de handeling van het onderwerp, de sneeuw, er liever uit, door de zin passief te maken:

‘De trein werd door de sneeuw bedolven.’ Mogelijk is ook: ‘De trein raakte door de sneeuw bedolven.’ (Of ‘geraakte’, zal men in het zuidelijk deel van het taalgebied waarschijnlijk eerder zeggen.)

Grammaticaal hebben we dan een onvoltooid verleden tijd (o.v.t.) in het passief, van de passieve vorm ‘bedolven worden’ van het werkwoord ‘bedelven’.

Hier kunnen we ook een voltooide tijd van maken, dan wordt het: ‘De trein is door de sneeuw bedolven geworden.’. Maar dat woord ‘geworden’ vinden we in deze situatie lelijk en dat laten we gewoonlijk weg.

(In het Duits zou men eerder geneigd zijn het te laten staan, maar dan wel in de vorm ‘worden’, niet ‘geworden’, hoewel dat woord in die taal wel bestaat, bijvoorbeeld in de zin ‘Er ist krank geworden.’.)

Volgorde

Het gebruikelijke resultaat, in het Nederlands, is dus: ‘De trein is door de sneeuw bedolven.’. ‘Bedolven’ is daarin een werkwoordsvorm en geen bijvoeglijk naamwoord. ‘Is’ is een hulpwerkwoord en geen koppelwerkwoord. Dientengevolge is zowel de rode als de groene volgorde toegestaan als we er een bijzin van maken, resp.:

‘Ons bereikte het bericht dat de trein door de sneeuw bedolven is.’

‘Ons bereikte het bericht dat de trein door de sneeuw is bedolven.’

Verleden vanuit het verleden bezien

Nu kom ik op dat plusquamperfectum. In de krant stond, als eerder vermeld:

De politie haalde gisteren vijftig passagiers uit een trein die twee dagen eerder was bedolven.

De redding door de politie ligt, bezien vanuit het moment van schrijven van het artikel in het verleden, vandaar het woord ‘gisteren’.

Ten opzichte van dat punt in het verleden is er nog een verder verleden, namelijk het ogenblik twee dagen eerder, toen de trein werd bedolven; of bedolven werd, zou je ook kunnen zeggen.

Vanwege die dubbele verleden tijd, als het ware in twee stappen, staat er niet ‘is bedolven’ (voltooide tegenwoordige tijd, v.t.t.) maar ‘was bedolven’, in de voltooid verleden tijd, de v.v.t.

Technisch heet dat met een Latijnse grammaticaterm plusquamperfectum. In het Portugees spreken ze van mais-que-perfeito, letterlijk ‘meer dan voltooid’.

In het Nederlandse standaardgrammaticawerk, de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS) wordt de v.v.t. inderdaad ook plusquamperfectum genoemd. Zulke moeilijke woorden gebruikt men dus in de moderne beschrijving van de Nederlandse grammatica nog steeds. Gelukkig maar, ik vind dat wel mooi staan.

Dus: het klopte

In ‘was bedolven’ is ook ‘was’ een hulpwerkwoord en geen koppelwerkwoord, zodat zowel de groene als de rode volgorde toegestaan is. De krant heeft het goed gedaan.


Copyright © 2012 R. Harmsen. Alle rechten voorbehouden, all rights reserved.

Kleuren: Neutraal Raar Geen voorkeur Pagina opnieuw laden