Vijfenvijftig ijzeren pijpleidingen

In nieuwsgroep nl.taal laait steeds weer de discussie op, ook weer eind november 2000, over de ware fonetische aard van de klank die in de Nederlandse taal wordt gespeld als ij of ei. Sommigen (waaronder ik) beweren dat het iets als [Ei], [EI] of [Ej] is, anderen ontkennen dat heftig, en houden vooral staande dat het begin van de tweeklank niet de e van bek [bEk] is.

Ik heb eens een opname gemaakt van mijn eigen, hopelijk niet al te dialectische, 55 ijzeren pijpleidingen, en die 5 keer vertraagd, door elk MP3-frame 5 keer te herhalen.
(Door verfijningen van het MP3-algoritme geeft dit een iets vervuild resultaat, maar toch is het klankverloop redelijk hoorbaar).

Mijn conclusie is dat het begin van de ei/ij inderdaad niet precies een [E] is, maar een wat opener klank (richting [{]) en misschien ook centralere klank (richting [3] of [6]).

Wat en passant ook opvalt is dat mijn sjwa (aan het eind van ‘ijzere’) extreem kort is.

Hier nog eens een opname, maar nu ingesproken door mijn dochter (na enige aandrang toch toestemming tot publicatie verkregen), en ook vijf keer vertraagd.

(Volg deze links voor links naar systemen voor fonetische transcriptie (hier gebruikt X-SAMPA), en tools voor het afspelen van MP3.


7 juli 2002

In een verdere poging de fonetische aard van deze Nederlandse klank te achterhalen ben ik uitgegaan van de zogenaamde cardinal vowels die Daniel Jones hanteerde. Daarbij worden bijvoorbeeld de ongeronde voorklinkers beschouwd. Ongerond betekent dat de lippen gespreid zijn, niet gerond. ‘Voor’ betekent dat het hoogste punt van de tong zich zo ver mogelijk voorin de mond bevindt, niet in het midden (centraal) of achterin.
Vervolgens wordt naar de openingsgraad gekeken, dit is de afstand tussen het hoogste punt van de tong en het verhemelte. Op gelijke afstanden tussen het hoogste punt zonder frictie (nog net een klinker, geen medeklinker) en het laagste punt worden nog twee openingsgraden onderscheiden. Dit levert achtereenvolgens, naar hoog naar laag:

[i]
[e]
[E]
[a]

Tussen [E] en [a] kan nog een klinker [{] worden verondersteld. Het echte IPA symbool hiervoor is Š; de klank wordt veel gebruikt in het Engels, in woorden als rat.

Vervolgens maak ik combinaties van telkens twee van deze klinkers. Daarbij staan de klinkers niet als afzonderlijke eenheden achter elkaar. Dat zou ook niet kunnen, omdat er dan een abrupte overgang zou moeten zijn. Door de massatraagheid (F=ma), de (geringe, maar niet verwaarloosbare) massa van de tong, de aanzienlijke maar beperkte kracht van de tongspieren, en het tempo waarmee gewoonlijk gesproken wordt, is een abrupte wijziging van de tongstand niet mogelijk. Er is dus steeds een geleidelijke verglijding van de ene stand naar de andere. De fonetische notatie in twee symbolen geeft een beginpunt en een eindpunt van die verglijding aan, niet twee losse klinkers.

Ik probeer de volgende mogelijkheden. Daarbij gebruik ik geen eindmedeklinker, om klankbe´nvloeding door assimilatie te voorkomen. Voor de klinker plaats ik een (Nederlandse, zachte, stemhebbende) h, om be´nvloeding door een eventuele glottisslag te voorkomen. Feitelijk, fonetisch is er nauwelijk een [h], maar de glottisslag ontbreekt, daar gaat het om.

  1. [hei]
  2. [hEi]
  3. [hEe]
  4. [h{i]
  5. [h{e]
  6. [h{E]
  7. [hai]
  8. [hae]
  9. [haE]
  10. [ha{]

De tweeklank [hei] blijkt niet hei of hij op te leveren, maar eerder hee. Het was te verwachten.

De samples 2 en 3, varianten [hEi] en [hEe] komen beide aardig in de richting van een nette ABN-uitspraak van de Nederlandse klank die geschreven wordt als ij/ei. Als de tweeklank opener begint, zoals in [h{i] en [h{e], (samples 4 en 5) dan hebben we te maken met een wat platte uitspraak, die niet meer als ABN geldt, maar eerder als een accent uit Rotterdam of Utrecht en omstreken. Mijn eigen natuurlijke uitspraak, zoals hierboven te horen bij de pijpleidingen, zit denk ik ongeveer tussen [hEe] en [h{e] in.

Samples 7 en 8, [hai] en [hae] zouden eerder als ‘haai’ dan ‘hij/hei’ moeten klinken, maar ik vind ze allebei niet echt overtuigend.

De samples 6, 9 en 10 tenslotte kan ik, zoals te verwachten was, niet plaatsen als Nederlandse spraakklanken.

Conclusie:
De ij/ei is in ABN fonetisch ongeveer [Ei] of[Ee]. Varianten met een iets opener beginklank, zoals [h{i] en [h{e], komen voor bij een wat minder keurige uitspraak in sommige streken in de Randstad.