Botsing van grondrechten

22 april 2019

Op Twitter zag ik wat ophef. Er was kennelijk ergens een hoogoplopend meningsverschil tussen Fidan Ekiz (journalist, documentairemaker; en ze presenteert momenteel het NTR-programma De nieuwe maan) en Tom Zwart, hoogleraar cross-cultureel recht aan de Universiteit Utrecht. De twitteraars waren heftig verdeeld over de vraag wie gelijk had, dan wel figuurlijk was weggevaagd door de ander.

Zelf ook maar eens luisteren. Het ging om een item in het radioprogramma De Nieuws BV, op NPO Radio 1, gepresenteerd door Patrick Lodiers, waarin besproken het Cornelius Haga-lyceum, een islamitische middelbare school. Uitgezonden op donderdag 18 april 2019 vanaf 12 uur ’s‑middags.

Kort samengevat maakt Fidan Ekiz zich zorgen over segregatie van de leerlingen en over indoctrinatie met extremistische ideeŽn. Tom Zwart stelde daar tegenover dat de vrijheid van onderwijs nou eenmaal in de Grondwet is vastgelegd, dat er weinig aantoonbaar mis is met die school en haar bestuur, en dat voor zover wel, de onschuldpresumptie heeft te gelden.

Zelf zie ik goede punten in de argumentatie van beide sprekers.

Ik denk dat hier een botsing van grondrechten optreedt. Ouders hebben het recht hun kinderen op te voeden zoals het hun goeddunkt, daarbij inbegrepen het niet door henzelf verzorgde onderwijs. Kinderen hebben recht op objectieve informatie over de wereld, zodat ze zich geleidelijk zelf een beeld en meningen kunnen vormen, zonder indoctrinatie vanuit een vooraf bepaalde levensvisie.

Het eerste grondrecht staat in de Nederlandse Grondwet, het tweede misschien in internationale verdragen over kinder­rechten, dat weet ik niet precies. Ik bekijk de zaak nu even niet juridisch, eerder moreel. En ik vind dat moreel gezien wel zo’n grondrecht bestaat.

Als die rechten botsen, welk heeft dan voorrang? Dat is nog niet zo gemakkelijk uit te maken. Dat een kind, geestelijk nog onrijp, invloeden uit zijn omgeving ondergaat, dat is immers onver­mijdelijk, en ook nodig voor de leerprocessen van het volwassen worden. Hoever moet en mag dat gaan, en hoever is te ver?

Als ik naar mezelf kijk: ik ben hervormd gedoopt. Thuis deden mijn ouders nauwelijks iets aan het geloof. Maar we werden wel naar christelijke scholen gestuurd. Op de middelbare school merkte ik weinig van de signatuur. Als ik terugkijk op mijn tijd op de lagere school (1961-1967), dan zie ik toch wel wat dingen die ik achteraf als niet-objectief beoordeel, zelfs als indoctrinatie.

De watergeuzen werden als helden neergezet. Ze vochten immers aan de goede kant in een bevrijdingsoorlog tegen die nare, dictatoriale Spanjaarden. Dat er onder de geuzen ook regelrechte misdadigers en sadisten zaten, dat is mij nooit verteld. Ik herinner het me althans niet (het is lang geleden), en moet je kinderen van een jaar of 10 wel met de gruwelijker kanten van een oorlog lastig vallen? Ik meen dat wel gezegd werd dat de Prins van Oranje (ook een held, uiteraard) niet altijd even blij was met Lumey, dat hij hem niet goed onder controle kon houden. Maar over de Martelaren van Gorcum las ik pas iets toen ik allang volwassen was.

Als gezegd, Willem de Zwijger, de Vader des Vaderlands, was een held. Maar hoe hij zijn derde vrouw Anna van Saksen behandelde en liet behandelen, was dat wel in orde? Ze heette gek geworden te zijn. Rechtvaardigt dat haar dood door uit­putting, in een dichtgemetselde kamer? Was ze wel gek, of was ze alleen lastig?

Iets van een ander kaliber: de 80-jarige oorlog was een strijd om godsdienstvrijheid, is mij op die christelijke school geleerd. Maar dat na de overwinning de katholieken zich eeuwenlang van schuil­kerken moesten bedienen, dat heb ik niet geleerd, of het is niet tot me doorgedrongen. Ook niet dat de remonstranten (ook protestanten, geen katholieken) werden onderdrukt door de contra-remonstranten. Van Oldenbarnevelt werd vrij neutraal voorgesteld op school, zonder dat duidelijk werd waarům hij moest sterven. Maar Hugo de Groot (Arminiaan en remonstrant) figureerde dan wel weer in een heldenverhaal. Inconsequent.

Waren de beeldenstormers eigenlijk vergelijkbaar met de taliban die in Afghanistan eeuwenoude Boeddhabeelden opbliezen, en met IS (Da`esh) dat in Palmyra de geschiedenis van de mensheid probeerde uit te wissen? Of moet je dat heel anders zien?

Dat over het vak Vaderlandse geschiedenis, zoals dat toen heette. Uit de Bijbel werd ook verteld. Onder andere over Saul. Dat was geen goede koning, die werd afgezet. Maar waarom eigenlijk? Dat moet ik altijd nog eens precies uitzoeken. Maar niet nu voor dit stukje.

Ik wil maar zeggen: mogelijk indoctrineert islamitisch onderwijs kinderen, maar christelijk onderwijs was in mijn tijd ook niet objectief. Misschien is dat tegenwoordig beter? Hoe dan ook, ik heb er geen spijt van ik op die school gezeten heb. Het heeft me er niet van weerhouden in de jaren 1970 met alle winden van de tijdgeest mee te waaien (jong en links was toen mode, zoals rechts en kortzichtig dat nu is), en ook niet om later steeds meer zelf mijn eigen inzichten te ontwikkelen.

Misschien moeten we het grondwettelijk recht op bijzonder onderwijs, waaronder dat op religieuze grondslag, maar afschaffen? Alle kinderen verplicht naar openbare staatsscholen? Maar zijn die dan wťl perfect objectief? Een baby weet en snapt niks. Geleidelijk begeleid je ze tot mens. (We hebben nu twee kleindochters, ik zie het voor m’n ogen gebeuren.) Er is altijd beÔnvloeding, je houdt ze altijd normen, ideeŽn, gewoonten en voorbeelden voor. Absolute objectiviteit is onmogelijk.


Copyright © 2019 R. Harmsen. Alle rechten voorbehouden. All rights reserved.