Banken scheppen wel degelijk geld!

5 april 2016

Inleiding

Via de mij eerder onbekende zoekmachine Qwant – die ik uit­probeerde nadat ik die bij toeval mijn site zag doorzoeken, blijkens het vastgelegde in de Apache-logfiles – vond ik het artikel Scheppen banken geld of niet? op het blog Krapuul, gedateerd 18 augustus 2015. De auteur is ene JJC Saal.

Het stuk komt op mij over als een oprechte zoektocht naar een goed inzicht in het fenomeen geldschepping door banken. De schrijver zet redeneringen op om erachter te komen wat er gebeurt, hoe dingen in elkaar zitten. Daarbij hanteert zhij echter vaak nét even de verkeerde begrippen, waardoor dat inzicht er niet komt.

De materie is mij, na de bijna vier jaar dat ik er al over schrijf, nu zo vertrouwd dat ik me in staat en geroepen voel, die juiste begrippen wel aan te duiden, zodat duidelijk wordt waardoor de schrijver geldcreatie niet in de greep krijgt, en wat die geldcreatie dan wel is.

10% zeker? Nee, 100%!

Citaat:

Het is erg in de mode geraakt om te zeggen dat de banken geld scheppen. Gecombineerd met het feit dat banken geen overheidsinstelling zijn, zou dat het grote kwaad in de huidige economie veroorzaken.
  
Inderdaad zijn de meeste banken geen overheidsinstelling. Dat is dus waar. Het is echter maar voor hooguit 10% waar dat de gewone banken geld scheppen. Hoe bestaat het toch dat deze beperkte waarheid op zo’n grote schaal wordt aangehangen?

Niet mee eens. Het is niet voor 10% waar dat gewone banken geld scheppen, dat is voor de volle 100% waar, zeker en vaststaand. Banken scheppen geld bij elke uitgave die ze doen aan niet-publiek (d.w.z. iedereen behalve andere banken en de overheid). Banken scheppen óók geld, steeds wanneer ze krediet verlenen aan niet-publiek.

Dat volgt heel eenvoudig via basisboekhouden uit de definitie van geld: geld is vordering van publiek op banken.

De boekhoudkundige gang van zaken bij kredietverlening beschreef ik hier (contant) en hier (giraal). Later maakte ik een vergelijking tussen contant sparen en lenen en giraal sparen en lenen, en constateerde dat ze in essentie hetzelfde zijn.

Krediet is geen geld, of wel?

Citaat:

Naar mijn mening komt dat doordat een onduidelijke definitie van geld wordt gebruikt. Krediet wordt dan als geld beschreven, maar klopt dat wel?

Nee, dat klopt niet. Of toch ook wel. Het punt is dat aan kredietverlening altijd twee kanten zitten. Net als trouwens aan alle vastgelegde gebeurtenissen, bij het dubbel boekhouden volgens de aloude principes die Luca Pacioli in 1494 (!) al beschreef.

Dat de bank de lening ooit weer van de lener terugbetaald wil zien, dat staat links op de bankbalans. Het is een bezit van de bank, namelijk een vordering van de bank op de lener. Alleen die linkerkant noem ik meestal het krediet of de lening.

Daartegenover, rechts op de bankbalans, staat het bedrag dat de bank aan de lener verstrekt en voorlopig op een rekening parkeert. Dat bedrag zou je ook best als lening of krediet kunnen aanduiden, en daar begint de verwarring. Veel mensen onderscheiden links en recht niet en geven niet duidelijk aan waarover ze het hebben. Ik altijd wel.

Alleen de post aan de rechterkant van de bankbalans vertegenwoordigt geld in monetaire zin: vordering van de lener (aangenomen dat die tot het publiek behoort, dus geen overheid is of zelf ook bank) op de bank. Wat links staat, heeft wel waarde, maar is geen geld: het stelt namelijk een vordering van de bank voor, en alleen vorderingen van publiek kunnen geld zijn. Banken hebben monetair gezien per definitie nooit geld.

Precies door die schijnbare onbalans (puur een kwestie van definities) ontstaat de geldschepping: alleen rechts telt mee. Enkele hyperlinks:  16 ,  19 ,  24  e.v.a.

Kredietfaciliteit of opgenomen krediet

Krediet is een toezegging dat iemand geld mag opnemen tot een bepaalde krediet-limiet.

Zo zou je het kunnen zien. Ik bekijk het meestal niet zo, omdat er alleen door zo’n kredietlimiet, door een kredietfaciliteit, boekhoudkundig eigenlijk nog niets gebeurd is. Hoewel de bank er al wel een zeker risico door loopt: het kredietbedrag moet immers ook daadwerkelijk beschikbaar gesteld kunnen worden. Ooit rekenden sommige banken (bijvoorbeeld de Rabobank rond 1981) daar bereidstellingsprovisie voor. Ik weet nog of dat begrip nu nog bestaat.

Daaruit blijkt al dat krediet en geld niet hetzelfde zijn. Krediet kun je niet overmaken en geld kun je wel overmaken. Met krediet kun je niet betalen, wel door gebruik te maken van krediet.

Inderdaad, mee eens.

Krediet geeft je het recht om een schuld te maken. Door het opnemen van geld wordt die schuld een werkelijkheid.

Dat zie ik dus net even anders. Het eerste zie ik als kredietfaciliteit. Het tweede als het krediet zelf, maar met twee aparte zijden op de balans: links wel waarde maar geen geld, rechts waarde én geld.

Geld, liquiditeit, krediet

Geld heeft het kenmerk dat het uitgegeven kan worden. Deze mogelijkheid om het geld te laten rollen wordt liquiditeit genoemd. Banken kunnen wel krediet scheppen, maar geen liquiditeit.

Nee, niet mee eens. De uitdrukking “krediet scheppen” wordt vaak gebruikt, maar ik vind die onjuist. Wat er wel gebeurt is dat geld geschapen wordt, rechts op de bankbalans. Omdat per definitie alleen dat bedrag meetelt voor de maatschappelijke geldhoeveelheid, neemt die hoeveelheid bij het verstrekken van een lening toe. Dat is de geldschepping. Dat geld zou je liquiditeit kunnen noemen. In die zin kunnen banken wel degelijk liquiditeit scheppen.

Geldschepping: wie, wanneer?

Dat de banken gezamenlijk de geldhoeveelheid laten toenemen is dan weer wel juist, omdat het krediet van de een het saldo van de ander kan worden, zodra het geld wordt overgemaakt.

Op zich waar, maar geen voorwaarde voor geldschepping. De geldschepping treedt meteen op zodra de bank het leningbedrag beschikbaar maakt. Of de bank het geld op een betaalrekening van de lener zet, overmaakt naar een notaris voor een woningaankoop, of overmaakt naar een andere bank, naar een rekening van de lener of van iemand aan wie de lener een betaling wil doen – dat maakt voor de geldschepping allemaal niet uit. In al die gevallen komt het geld immers terecht op een rekening van een lid van het publiek bij een bank. Het saldo op zo’n rekening is per definitie geld.

Vergelijk mijn eerste artikel (er treedt meteen al geldschepping op), met mijn tweede (het opblaaseffect door fractioneel bankieren is NIET de oorzaak van de geldschepping, zoals vaak wel gedacht wordt) en met de equivalente girale afhandeling in mijn artikelen  10  en  11 .

Tegelijk is het ook waar dat iedereen geld kan scheppen.

In zekere zin wel, maar anders dan hier bedoeld is. Of in feite, gezien de definitie van geld, kan niet iedereen geld scheppen, maar alleen de banken (en de overheid). Hier legde ik dat uit.

Wat is betalen?

Wanneer ik met mijn betaalpas betaal, schep ik heel eventjes geld.

Nee, dat is niet zo. Bij een betaling van publiek naar publiek (zeg een klant aan een winkel) treedt nooit geldschepping op. Ongeacht hoe de betaling wordt uitgevoerd, met een pinpas, met iDeal, met een overschrijving, een bankbiljet – in wezen gebeurt er steeds hetzelfde: iemand uit het publiek draagt een stukje van zijn deelbare en overdraagbare vordering op een bank, over aan iemand anders van het publiek, die daardoor een iets hogere vordering op een bank verkrijgt.

Het totaal van de vorderingen van publiek op banken neemt daarbij niet toe of af. Er verschuift alleen iets van het ene publiekslid naar het andere. De totale geldhoeveelheid verandert niet. Dus treedt geen geldschepping en geen geldvernietiging op.

Wat is vermogen en speelt dat hier een rol?

Om dat te kunnen begrijpen, moeten we het verschil beschrijven tussen geld en vermogen. Vermogen is dan de waarde van mijn bezittingen in geld uitgedrukt. Wanneer ik een huis bezit dat € 200.000,- waard is, dan bezit ik dus geen € 200.000,- aan geld, maar een huis. Op die manier kan ik al mijn bezittingen in geld uitdrukken, ook mijn tegoed bij de bank.

Klopt. Dat is een van de betekenissen van het woord ‘vermogen’. De meer alledaagse betekenis, die van ‘de waarde van wat iemand bezit’. De andere betekenis is een specifiek boekhoudkundige: equity, kapitaal. Maar geen van beide betekenissen zijn m.i. in de context van kredietverlening, geldhoeveelheid en geldschepping relevant.

Wanneer ik € 100.000,- op de bank heb staan, heb ik dus geen geld in bezit, maar een vordering op de bank, die € 100.000,- waard is.

Nee, onjuist. Of toch een beetje juist, afhankelijk van hoe de schrijver het precies bedoelt. Hoe dan ook, ik zou het liever zo formuleren: die vordering is niet een bedrag aan geld waard, nee, die vordering is het geld. Dat is de definitie van geld: vordering van publiek op banken. Als de ‘ik’ tot het publiek behoort (dus zelf geen bank of overheid is) en de bank is een bank, dan is een vordering, een banksaldo, van 100.000 euro DUS 100.000 euro aan geld. Per definitie.

(Afhankelijk van of het geld direct opvraagbaar is, of met een vaste looptijd of opzegtermijn, kan het dan weer een van de vele soorten geld zijn: M1, M2 M3 en dergelijke. Maar dat zijn eigenlijk details die alleen voor centrale banken van belang zijn, en de precieze regels zijn niet overal gelijk.)

Nog eens: wat is betalen?

Zou de bank failliet gaan, dan zou ik die vordering wellicht niet uitbetaald kunnen krijgen.

Dat zou kunnen. Hoewel “uitbetaald” in dit verband een vreemde term is. Het saldo, die vordering IS het geld. Uitbetalen betekent dus: om laten zetten in ander geld. Voorbeeld: bankbiljetten (vordering op niet-centrale bank wordt vordering op centrale bank), of om laten boeken (via pinpas, iDeal overschrijving of automatische incasso) naar een andere rekening, van jezelf of een ander, bij dezelfde of een andere bank. In die laatste gevallen geldt: je vordering op een bank verandert in een andere vordering, ook op een bank.

Wanneer ik nu met mijn pinpas betaal, zet ik een deel van die vordering (dat is vermogen) om in geld (liquiditeit). Daarna wordt het geld (liquiditeit) bij de ontvanger direct weer omgezet in vermogen, wanneer het bedrag op zijn rekening wordt bijgeschreven.

Nee. Vordering = geld = liquiditeit, het begrip vermogen speelt hierin helemaal geen rol, verwart alleen maar. Zoals ik net al schreef: een vordering verandert in een andere vordering, maar blijft een vordering, geld blijft geld, de totale geldhoeveelheid verandert niet, er is geen geldschepping door te betalen.

Tenzij je aan de fiscus betaalt, dan is er geldvernietiging. Want de overheid is net als banken geen publiek, en heeft daarom per definitie geen geld.

Nauwkeurig denken

Wanneer we dus het economisch denken willen vernieuwen, moeten we wel nauwkeurig over geld, waarde en vermogen denken, anders komen we tot onware redeneringen en dus tot onware oplossingsrichtingen

Precies. Daarom schrijf ik er ook zoveel over. Alleen leest vrijwel niemand het.

Geld en waarde zijn dus ook niet aan elkaar gelijk. Geld gebruiken we om de waarde van iets uit te drukken, maar het geld zelf heeft geen waarde.

Mis. Geld heeft wel waarde.

Maar niet alle financiële waarde is ook geld. Obligaties niet, aandelen niet, hypotheekleningen niet, bankbiljetten in bezit van de bank niet, geld in de schatkist niet. Dat is allemaal geen geld. Althans niet in monetaire zin, niet waar het gaat om de maatschappelijke geldhoeveelheid.

Misverstand ‘tikt getallen in’

Dat maakt de ontwikkeling van het geld door de eeuwen heen, van goud via zilver, brons, nikkel, papier naar puur getal ook logisch.

Giraal geld is niet “puur getal”. Een van die onuitroeibare misverstanden. Zowel papiergeld (bankbiljetten) als banksaldi (giraal geld) zijn vorderingen. Dat maakt ze inderdaad anders dan munten (die zelf een intrinsieke waarde hebben), maar niet anders dan elkaar. Het enige verschil tussen een bankbiljet en een banksaldo is: vordering op welke bank? Centraal of niet-centraal? Verder zijn ze hetzelfde en allebei even echt.

Geld als rekeneenheid

De rest van het artikel op het blog Krapuul klopt wel grotendeels, maar het gaat over iets anders: geld als rekeneenheid, geld als middel om de waarde van dingen te meten en uit te drukken.

De geopperde ideeën koopgeld, leengeld en schenkgeld vind ik niet zo verhelderend, ik hou liever vast aan de boekhoudbegrippen: debet is bezit, vordering, kosten. Credit is schuld, eigen vermogen, opbrengst. Daarmee kan ik alles beredeneren, alles rond geld, maar ook alles in een bedrijfsboekhouding.

Wat nou mogen? Het gebeurt!

Tot slot nog: citaat:

Ook ik ben dan treurig over de huidige situatie. Niet omdat de banken geld zouden scheppen, wat ze niet zouden mogen.

Dat banken geen geld zouden mogen scheppen, is onzin, maar de vraag of ze het mogen, is ook al meteen geen zinnige vraag. Geldschepping is geen kwestie van doen of mogen, het gebeurt gewoon, bij bepaalde transacties. Geldschepping doet zich voor, treedt op, ontstaat, resulteert.

Want geldschepping is een positief verschil tussen de geldhoeveelheid na en voor een transactie, op basis van de definitie van geld. Evenzo is geldvernietiging datzelfde verschil, maar dan negatief tussen na en voor. Of positief tussen voor en na.

De oplossingen echter om uit deze situatie te komen kunnen niet gevonden worden in het verbieden van die zogenaamde geldschepping / ”

Verbieden kan helemaal niet. Of beter: verbieden is zinloos, want geldschepping gebeurt gewoon toch. Althans zolang banken banken zijn, dus zich onder andere met het kredietbedrijf bezighouden.

“ / of in het onder democratie brengen van de banken. Zij moeten gevonden worden door een juist inzicht in de situatie en een ontwikkeling, zowel in de maatschappij als bij de banken, in het denken over de economie, over waarde en over algemeen menselijke noodzakelijkheden.

Juist. Inzicht. Dat is nodig en daar ontbreekt het aan. Daarom schrijf ik.


Naschrift 6 april 2016

Zie ook Wat Mario Draghi niet vertelde, door Harry Dillema. Klopt niet, allemaal onzin. Weerlegging: zie de links hier. Eerdere discussie op Twitter.


Copyright © 2016 R. Harmsen. Alle rechten voorbehouden.

Kleuren: Neutraal Raar Geen voorkeur Pagina opnieuw laden