“Verjaring mag niet leidend zijn” (2)

30 december 2011

Door het stof

In mijn vorige artikel schreef ik onterechte dingen over PVV-Kamerlid Lilian Helder. Daarvoor bied ik haar mijn excuses aan en ik ga het hier publiekelijk rechtzetten.

Ik schreef dat artikel op zaterdag, en de zondag erna stuurde ik een korte maar beleefde e-mail waarin ik haar en Khadija Arib meedeelde dat ik hun namen had genoemd in een webartikel. Dat was op 18 december om 12:05.

Nauwelijks een half uur later reageerde zij met een e-mail waarin ze inhoudelijk op de zaak inging, met verwijzing naar een weblocatie die ik niet kende. Ik reageerde ook weer, zij ook, en zo kwam ik nog meer dingen te weten die ik al had kunnen en moeten weten als ik mijn huiswerk beter gedaan had.

Ik ga straks op die punten in.

Zij ondertekende met “Mw. mr. L.M.J.S. Helder”. Ze is dus meester in de rechten. Ook in haar profiel op de site van de Tweede Kamer had ik kunnen lezen (maar ik kijk nu pas, op 30 december):

Na de middelbare school ben ik rechten gaan studeren.
[...]
Ik ben 10 jaar werkzaam geweest in de advocatuur, voornamelijk op het gebied van burgerlijk recht en bestuursrecht.

Dat betekent dat mijn kwalificatiesintens domme dingen”, “dom en incompetent” en “dom en onwetend” nergens op sloegen. Die neem ik dan ook beschaamd terug.

Hetzelfde geldt voor mijn flauwe opmerking over “een klasje” waarin nieuwe Kamerleden “worden bijgespijkerd in elementaire kennis van staatsrecht en ander recht.” Die klasjes bestaan misschien wel, voor zover ze nodig zijn (niet elk Kamerlid heeft dezelfde achtergrond, wat ook goed is), maar qua rechtskennis zal een meester in rechten daar weinig in kunnen leren.

Positieve en open opstelling

We waren het erover eens dat de citaten in het AD van 17 december jongstleden (“oneliners”, in haar woorden) kort geweest waren en daarom aanleiding konden geven tot misverstand.

Mevrouw Helder was zelfs zo sportief dat ze blij was met mijn e-mail, want, e-mailde ze me, “dan kan ik mijn 'oneliner' toelichten.

Ik vind een dergelijke open, communicatieve opstelling van een Kamerlid zeer toe te juichen. Dat neemt niet weg dat ik zelf geen PVV-aanhanger ben en het met de meeste standpunten van die partij niet eens ben. Maar dat hoort niet uit te maken: als iemand verstandige dingen zegt over een kwestie en die open en helder (pun intended, ha ha ha) naar voren brengt, dat is dat te loven, ongeacht politieke richting.

Schadevergoeding?

Civiel recht of strafrecht?

Verjaring in het strafrecht

De verjaringstermijnen in het strafrecht zijn – zoals ik zelf eerder al had gevonden – vastgelegd in artikel 70 Sr. Als je daar de maximumstraffen op seksuele misdrijven tegenaan houdt (artikelen 239 – 250 van het Wetboek van Strafrecht (Sr)) (zie ook dit overzicht) dan kun je de strafrechtelijke verjaring uitrekenen.

Op veel van die misdrijven staat bijvoorbeeld maximaal 4, 6 of 8 jaar gevangenisstraf. Dat is meer dan 3, zodat volgens artikel 70 Sr lid 3 de verjaringstermijn dan 12 jaar is.

Bij strafrecht vervolgt een officier van justitie, op basis van politieonderzoek, een verdachte. Een strafrechter (of drie, soms) kan dan een boete of gevangenisstraf opleggen.

Verjaring schadevergoeding

Iets anders is civiel recht: het gaat dan om een conflict tussen twee partijen (natuurlijke personen of rechtspersonen, dus ruwweg: burgers of bedrijven). Die kunnen iets van elkaar eisen, bijvoorbeeld schadevergoeding, en de rechter wijst dat eventueel geheel of gedeeltelijk toe.

Ook de mogelijkheid schadevergoeding te verlangen, kan verjaren. Ik wist dat niet (geen jurist en ook niet goed gezocht, hoewel alle wetten tegenwoordig online staan), maar Kamerlid Lilian Helder wees me erop, waarvoor nogmaals dank.

Het staat in artikel BW 3:310 lid 4. Dat is dus het derde boek van het Burgerlijk Wetboek (dat werd zo dik dat ze er acht verschillende boeken van gemaakt hebben), daarvan artikel 310, het 4e lid. Dit lid koppelt inderdaad de verjaring van “de rechtsvordering tot vergoeding van schade”, zoals dat heet, voor bepaalde met nummer genoemde seksuele misdrijven tegen minderjarigen, aan de strafrechtverjaring.

Hier en hier is dat hele artikel 3:310 te lezen. Het is interessant.

Wetswijzigingen verjaring

Mevrouw Helder wees me ook op een wetsvoorstel van minister Opstelten van Veiligheid en Justitie, om strafrechtelijke verjaringstermijnen te verlengen en civiele verjaringstermijnen af te schaffen. Hier staat dat gedetailleerd uitgelegd.

Ik vind het een goed voorstel. Wel zal – hoe pijnlijk en teleurstellend dat voor de slachtoffers ook zal zijn – die wetswijziging strafrechtelijk alleen gelden voor nieuwe gevallen. In de informatie van de rijksoverheid staat wel, ten aanzien van de opheffing van de civiele verjaring:

De opheffing van de verjaringstermijn geldt straks niet alleen voor misdrijven die op of na de datum van inwerkingtreding van de wet zijn gepleegd, maar ook voor delicten die op dat moment nog niet zijn verjaard.

Voorbeeld, op basis van hoe ik het begrijp:
Stel in mei 1993 is een toen minderjarige persoon verkracht (art. 242 Sr). Maximumstraf is 12 jaar, dus verjaring volgens oud recht (art. 70 Sr) na 20 jaar. Op grond van BW 3:310 lid 4 eindigt ook de mogelijkheid schadevergoeding te krijgen dan in mei 2013.

Stel nu dat de wetswijziging wordt doorgevoerd per 1 juli 2012. Op dat moment is het misdrijf nog niet verjaard. Volgens de nieuwe wet verjaart het ook niet meer. Gevolg is dat het slachtoffer ook na 1 juli 2012, zelfs na mei 2013 nog schadevergoeding kan krijgen.

Wel een verbetering. In enkele gevallen zal het uitmaken, maar lang niet in alle. Daarom moeten politici m.i. nog steeds voorzichtig zijn met uitspraken dat de daders alsnog voor de rechter moeten komen, ondanks verjaring. Anders ga ik misschien (op gevaar af weer ongelijk te hebben) toch weer slingeren met harde woorden als ‘kiezersbedrog’, ‘populisme’ en ‘volksverlakkerij’.

Commissie Lindenbergh

Nog iets waar PVV-Kamerlid Helder me welwillend op wees, maar waar ik zelf van op de hoogte had kunnen zijn als ik niet alleen maar boos was geworden over één krantenpagina, maar ook research had gedaan: de Commissie Lindenbergh.

O.a. hier is daar meer over te lezen. Het is een commissie die op verzoek van de Katholieke Kerk juridisch onderzoek heeft gedaan. Die commissie heeft op 20 juni 2011 gerapporteerd. Het rapport is hier te lezen.

Zo komen we bij de titel van mijn artikel, een citaat, via het AD, van Lilian Helder. Ik riep daarover (naar nu duidelijk is: volkomen ten onrechte!):

Wat is dat nou voor onzin?

Mevrouw Helder e-mailde me daarover:

Daarnaast heb ik mij aangesloten bij een eerder standpunt van de commissie Deetman, inhoudende dat verjaring niet leidend mag zijn bij de genoegdoening voor de slachtoffers.

En inderdaad staat in het rapport van de Commissie Lindenbergh (mijn accentuering):

Op 9 december 2010 heeft de Commissie Deetman een voorlopig rapport uitgebracht. De Commissie Deetman beveelt bisschoppen en hogere oversten onder meer aan om verantwoordelijkheid te nemen voor het door seksueel misbruik veroorzaakte en bij velen aangedane leed en bij de vraag naar financiële compensatie een beroep op verjaring niet leidend te laten zijn. De Commissie Deetman dringt er op aan dat de Commissie Lindenbergh zo spoedig mogelijk voor alle geledingen binnen de Rooms katholieke kerk aanbevelingen doet voor de wijze van afhandeling van schadevergoeding en compensatie (hierna compensatie). Voor de Commissie Deetman is denkbaar dat in het belang van klagers die om compensatie vragen, aan deze klagers een collectieve regeling wordt aangeboden waarbinnen naargelang de ernst van de gegrond verklaarde klacht kan worden gekozen voor differentiatie, zodat met individuele verschillen en belangen kan worden rekening gehouden.

Als ik het goed begrijp gaat dit niet over strafrecht, ook niet over civiel recht waarbij een rechtbank aan daders of kerk de plicht tot schadevergoeding kan opleggen; maar om pogingen slachtoffers en kerk buiten het recht om tot een vergelijk te laten komen.

Dat kan en mag: alleen als partijen er niet uit komen, hoeft de rechter eraan te pas te komen. Voor die tijd kunnen partijen in principe afspreken wat ze willen, en daarbij hoeven ze geen verjaringsregels toe te passen die bij de rechtbank wel zouden gelden.

Eindelijk

Dat is de betekenis van “Verjaring mag niet leidend zijn”.

Het heeft even geduurd, maar nou snap ik het. Denk ik en hoop ik. En anders hoor ik het wel.

Zo leer ik nog eens wat.

Kleuren: Neutraal Raar Geen voorkeur Pagina opnieuw laden