Generatiekloof

3 januari 2015

De tijd gaat snel voorbij

Vandaag ga ik het eens hebben over een commentaar dat Jeroen H. plaatste, grappigerwijze op een dag na een jaar geleden, blijkt, en ironisch genoeg onder een stukje van blognaamgever Swap I. Chou (een pseudoniem, vast wel, of een Kantonese naam?) – die toen nog wel eens wat schreef, maar zich de laatste tijd afzijdig houdt – een stukje dat vol staat met gemoraliseer. Gerechtvaardigd gemoraliseer, vind ik, alleen is het weer zo inconsequent dat deze Swap I. Chou dat mag. Als ik echter iets moraliserends uit, dan is het huis bij het Swapichou-blog te klein en moet ik vooral geweerd, weggehoond en uitgelachen worden. Want ik ben altijd zo serieus en moraliserend en daar houden ze daar niet van.

Gelukkig ben ik hier in eigen huis, en straks na upload in eigen internethuis, namelijk mijn website, waar ik wel mag zeggen wat ik te zeggen heb. En dat is vandaag niet eens gemoraliseer, maar wel: feiten en nuanceringen.

Jeroens rant

Dat commentaar van Jeroen H. dus, daar zou ik het over gaan hebben. Zoals te doen gebruikelijk, en zoals het hoort, citeer ik letterlijk, van 4 januari 2014 om 17:40:

De babyboomers, waaronder mijn ouders, zijn inhalig tuig die ons achterlaten met lege pensioenfondsen en een kapotte verzorgingsstaat. Wij kunnen doorwerken tot ons zeventigste, hun ouders bouwden dit land op en zij stopten op hun 55e om in hun huisje op het Franse platteland te gaan wonen.

Maar ze houden ook alles voor zichzelf. In tegenstelling tot eerdere generaties delen ze niets met de generaties na ze, maar voelen zich volstrekt gelegitimeerd om familiekapitaal aan zichzelf te verjubelen, dat vaak generates
[sic, tikfout] duurde om op te bouwen.

Als we een klein stukje van de enorme bedragen die deze generatie bij zichzelf houdt hadden afgepakt en geÔnvesteerd in de economie, hadden we nauwelijks tot geen last gehad van de crisis.

Lees ook: http://www.economist.com/node/15495760, een goede bespreking van het boek “How the Baby Boomers Took their Children’s Future–and Why They Should Give it Back.”

Binnenkort is onze generatie aan de macht. Ik denk dat we het maar gewoon terug moeten pakken, wat er nog van over is. De klassenstrijd van vroeger is de generatieclash van nu.

Nuanceringen

Eigen bijdrage

Ik vond dit overdreven en onjuist, en plaatste een nuancering. Die werd meteen geschrapt door een moderator, vermoedelijk Jeroen H. zelf. Waarom werd mijn commentaar geschrapt en wat vind ik daarvan? Daarover straks apart.

Nu uit mijn hoofd de reconstructie van wat ik toen vermoedelijk geschreven heb – letterlijk op mijn site plaatsen kan niet, want ik heb geen kopie bewaard van wat ik er neerzette.

Binnenkort is onze generatie aan de macht. Ik denk dat we het maar gewoon terug moeten pakken, wat er nog van over is.

Dat afpakken gebeurt al. Kortgeleden zijn de regels veranderd voor de eigen bijdrage die mensen, waaronder veel ouderen, moeten betalen die thuiszorg nodig hebben of die op een verpleeghuis aangewezen zijn, omdat het thuis niet meer gaat, bijvoorbeeld door verergerende dementie.

Die eigen bijdrage was altijd al inkomensafhankelijk, dus wie een goed pensioen heeft, betaalt veel meer dan wie alleen AOW heeft. Daar komt nog eens de AWBZ-premie bij.

De recente wijziging houdt in dat ook spaargeld meetelt. Wie wat achter de hand heeft (boven een vrijstelling) betaalt fors meer eigen bijdrage, zodanig dat bij verpleeghuisopname nauwelijks meer maandelijks inkomen overblijft. Na enkele jaren gaat het eventueel aangehouden eigen huis ook meetellen – als dat inmiddels verkocht is zeker.

De instantie die dit regelt is het CAK (Centraal Administratie­Kantoor). Op hun site is vast meer informatie hierover te vinden.

Pensioenfondsen

Of ik onderstaande tegenwerping toen ook al bij blog Swapichou als commentaar heb proberen te plaatsen, weet ik niet zeker. Nu plaats ik die in elk geval wel hier, en uitgebreider dan ik toen gedaan kan hebben, als ik al iets geschreven heb.

“[...] die ons achterlaten met lege pensioenfondsen [...]”

De ‘kassen’ van de pensioenfondsen zijn helemaal niet leeg. De Nederlandse pensioenfondsen hebben nog steeds vele, vele miljarden euro’s aan beleggingen en liquidere middelen, genoeg om de pensioenen te betalen en te blijven betalen. Na de moeilijke jaren rond 2008 zijn de beleggingsrendementen recent ook weer uitstekend.

Dat dan toch de dekkingsgraad te laag is, komt ten dele door statistische correcties (de mensen blijken gemiddeld nog iets ouder te worden dan eerder begroot), maar vooral door de lage rente.

De rente is de laatste jaren erg laag en steeds lager, om twee redenen:

Wat betekent nu de rentestand voor de pensioenfondsen? Die hebben dus al die miljarden euro’s aan beleggingen. Van het dividend, eventuele koersstijgingen en de premies van werkenden en hun werkgevers kunnen ze makkelijk de lopende pensioenen betalen. Geen enkel probleem. Maar ze weten dat ze ook nog pensioenen moeten betalen over 10 jaar, 20 jaar, 40 jaar, ja zelfs, in het geval van een premiebetaler van pas 20 jaar, die ooit misschien wel 100 wordt, ook nog over 80 jaar. Veel van de huidige pensioentrekkers zijn dan al dood, dat scheelt dan weer.

Hoe weet zo’n pensioenfonds nu of ze genoeg hebben, voor nu en voor later? Dat is een kwestie van rekenen. De vraag is wat wat ze nu hebben, waard zal zijn op het moment dat het uitgekeerd moet worden, inclusief de rendementen die in de tussentijd nog te behalen zijn (inclusief mogelijk negatieve rendementen door koersdaling!).

Of omgekeerd: hoeveel moet je nu hebben om in de toekomst genoeg te hebben? Komt op hetzelfde neer. Men werkt met het begrip contante waarde.

Bij de berekening speelt de rente een centrale rol. Bij een hoge rente hoef je nu relatief weinig te hebben om straks genoeg te hebben, omdat de rentebijschrijvingen (of met meer risico: de beleggingsresultaten) jaar na jaar terugkomen.

Is de rente laag, dan moet je nu al veel hebben om straks genoeg te hebben. De rente is nu laag, waardoor veel toch te weinig kan zijn. Of te weinig lijken, want de lage rentestand is ten dele kunstmatig, om de economie te stimuleren.

De huidige problemen met de dekkingsgraden zijn dus ook ten dele kunstmatig. Maar de rekenregels veranderen is riskant, want niemand weet of en hoe lang de rente zo laag blijft, ofwel zo laag kan of moet blijven, volgens de monetair sturende centrale banken.

Dat is er aan de hand, en het is een reŽle problematiek, waarin moeilijk te zeggen is wat wijsheid is. Maar dat de pensioenfondsen leeg zouden zijn, is gewoon niet waar. En dat de babyboomgeneratie die leeg gemaakt zou hebben – ik schakel nu bewust even van feiten naar een mening – dat vind ik beledigende flauwekul.

Fiscalisering van de AOW

Er is nog een nuancering aan te voeren bij de m.i. onjuiste aantijgingen van Jeroen H. aan het adres van de generatie boven hem (en boven mij, min of meer, al ben ik iets ouder, maar niet zo oud om zijn vader te kunnen zijn): de fiscalisering van de AOW.

Het principe van de AOW (Algemene OuderdomsWet) is dat iedereen die inkomen heeft (uit werk of anderszins) AOW-premie betaalt. Uit die premies worden de uitkeringen betaald. Wie zelf al AOW ontvangt, betaalt geen premie meer. Dat is logisch en consequent.

Mede daardoor kunnen pensioenen (incl. AOW) veel lager zijn dan het tijdens de werkzame levensfase verdiende loon: netto, na aftrek van premies en belastingen, is de inkomensteruggang veel minder.

Er is vergrijzing. Na de Tweede Wereldoorlog was er een inhaalslag van stelletjes die konden trouwen en aan kinderen begonnen. Daardoor is de generatie met geboortejaren rond 1947 relatief groot. In en na de jaren 1950 werd geboortebeperking steeds populairder, grote gezinnen waren niet meer vanzelfsprekend en sommige mensen kozen ervoor helemaal geen kinderen ‘te nemen’ of bleven door omstandigheden kinderloos.

Latere generaties zijn dus geringer in getal, terwijl wie in 1947 geboren is, nu 68 is. Meestal nog vitaal, maar de kans op zorgbehoefte en uiteindelijk overlijden neemt toe, voor relatief veel mensen.

De AOW-premies, opgebracht door de huidige werkenden, zijn niet voldoende voor de AOW-uitkeringen. De fiscalisering van de AOW, al vele jaren geleden ingevoerd (ik meen toen Wouter Bos minister van FinanciŽn was) houdt in dat niet de AOW-premies worden verhoogd, maar dat het tekort wordt aangezuiverd uit de Rijkskas, dus uit de belastingen.

Gevolg is dat ouderen, vooral als ze een goed pensioen en/of wat vermogen hebben, dubbel betalen: ze hebben hun leven lang al betaald voor wie toen oud was, en nu moeten ze nogmaals betalen voor wie ook oud is, maar het minder breed heeft.

Dat is eigenlijk onrechtvaardig, maar ik vind het (mening, geen feit) toch gerechtvaardigd, net als de eerder genoemde maatregel waardoor wat rijkere ouderen ten dele hun eigen zorg betalen. Ik denk namelijk dat het nou eenmaal niet anders kan. Nood breekt wet, en de realiteit breekt rechtvaardigheidsprincipes. Het moet uit de lengte of de breedte komen.


Naschrift 31 januari 2015

Interessante stukken over pensioenfondsen, alle drie van de hand van R. van der Gun, waaruit blijkt dat het allemaal ingewikkelder ligt dan ik dacht:

30 januari 2015:
Waarom pensioenfondsen niks hebben aan 200 miljard 'winst'
29 november 2014:
Pensioenfondsbaas wil zijn grote zak geld NU uitdelen
16 oktober 2014:
€34 miljard winst is inderdaad niet genoeg, ABP!

Maar zie ook (de link volgend) 05 februari 2013:
ABP kiest voor zorgvuldigheid met renteafdekking.


Kleuren: Neutraal Raar Geen voorkeur Pagina opnieuw laden

Vostre annuncio ci?

Your ad here?


E-mail:
usator: commercial,
dominio: rudhar puncto com

Linguas de correspondentia:
nl, ia, en, de, pt