Trias politica: niet bij moslims

6 september 2008

Nieuws

Op 6 september 2008 hoorde ik op de radio weer een bericht over de politieke rel rond de advocaat Mohammed Enait, die niet wil opstaan als de leden van de rechtbank de rechtszaal betreden. De nieuwssite nu.nl bericht er ook over.

Ik laat even in het midden wat ik zelf van deze kwestie vind. Ook over orthodoxe moslims en joden, die principieel weigeren een vrouw de hand te schudden, kom ik niet met een mening. Ik heb wel over die zaken nagedacht, ik denk dat er veel over te zeggen valt, maar als ik dat doe, moet dat zorgvuldig gebeuren en zover ben ik nog niet.

Staatsrecht

Wel bekijk ik de zaak staatsrechtelijk. Er is hier kennelijk een beslissing genomen door een rechtbank. Het betreft weliswaar niet het beslechten van een voorgelegd geschil tussen procespartijen, en ook niet een vonnis in een strafzaak, maar een beslissing over de gang van zaken in de rechtszaal.

Het lijkt mij dat ook bij zo'n beslissing rechters onafhankelijk zijn. Dat hoort zo gezien de scheiding der machten, iets waarover het CDA kortgeleden nog zo vriendelijk was mij te onderwijzen – onnodig, want ik wist het allemaal allang.

Toch menen in dit geval Tweede Kamerleden Kamp (VVD) en Van Haersma Buma (CDA) op hoge toon in het openbaar meningen naar voren te mogen brengen over wat een rechter volgens hen had moeten beslissen.

(Ik neem even aan dat nu.nl hun bedoelingen correct weergeeft, zo niet, dan hoor ik het nog wel.)

Raad voor de Rechtspraak

Althans over laatstgenoemd Kamerlid wordt gemeld:

“Volgens CDA'er Van Haersma Buma moet de Rotterdamse rechtbank terugkomen op het besluit om een uitzondering te maken voor Enait.

Gebeurt dat niet, dan zou de Raad voor de Rechtspraak een algemene regel moeten maken waarin staat dat iedereen behoort op te staan als de rechters binnenkomen.”

Als ik Wikipedia mag geloven, behoort die Raad voor de Rechtspraak tot de rechterlijke macht, en is hij dus onafhankelijk. De raad is nota bene ingesteld vanwege de anders scheve verhouding tussen uitvoerende en rechterlijke macht. Het is voor een Kamerlid, gezien het principe van de scheiding der machten dus ongepast om meningen te uiten over wat die Raad wel en niet zou moeten doen.

Naar mijn mening staan een Kamerlid twee wegen open:

  1. zijn mond houden; of:
  2. een wetswijziging voorstellen, zodat het al dan niet opstaan als de rechters binnenkomen, wordt vastgelegd in bijvoorbeeld de WetRO.

Over een voornemen als onder 2 bedoeld heb ik niets vernomen. Het lijkt me ook niet dat een dergelijke wet bedoeld is om de gang van zaken in zoveel details vast te leggen.

Blijft dus over punt 1): Kamerleden dienen over in het openbaar over deze zaak te zwijgen.

Gelegenheidprincipe

Het valt op dat Kamerleden, ook de CDA-fractie waartoe de heer Van Haersma Buma behoort, de trias politica (scheiding der machten) graag als argument gebruiken om discussies te ontlopen, ook en vooral in gevallen waarin het principe – hoe juist op zich ook – niet van toepassing is. Hier een schrijnend voorbeeld daarvan.

Als het echter in hun kraam te pas komt, zetten ze even gemakkelijk dat principe opzij. We zagen dat al eerder. Ik geloof wel dat Kamerleden als Kamp (VVD) en Van Haersma Buma oprecht de mening hebben die ze verkondigen. Maar ik denk ook dat ze heel goed weten dat ze er niets over behoren te zeggen. Want dom zijn ze niet en oningelicht ook vast niet. Waarom komen ze dan toch met deze meningen in de publiciteit, als ze heel goed weten dat dat ongepast is en dat er ook geen enkel effect van verwacht kan en mag worden?

Ik kan alleen maar bedenken: populisme en kiezersbedrog. Antimoslimthema's zijn populair, en de concurrentie van partijen als de PVV van Geert Wilders en TON van Rita Verdonk wordt gevreesd. Door af en toe wat kritisch over moslims te roepen, ook al slaat het staatsrechtelijk nergens op, hopen ze een bepaald deel van het kiezersvolk naar zich toe te trekken.

Ik vind dit geen aanvaardbare manier van politiek voeren.

Deken

Op nu.nl wordt ook gemeld dat de deken iets over de kwestie gezegd heeft. Dat is wel gepast, hij mag dat wel, hij gaat daarover, althans vanuit de kant van de advocatuur gezien.

Nu.nl vertelt ons dat de deken stelde dat advocaten zich aan de wet moeten houden, daarmee suggererend dat de plicht tot opstaan in een wet is vastgelegd. Jammer dat niet even (door nu.nl of de deken) het wetsartikel erbij genoemd wordt, zodat we het desgewenst zelf na kunnen lezen.

Als het waar is, heeft de rechtbank een beslissing genomen die tegen de wet indruist. Dat mogen rechters niet. Ze zijn onafhankelijk, maar gebonden aan de wet. Die wet maken regering en het parlement samen. Dat dan weer wel. Daar gaan ze over.


Naschrift 3 juli 2011:
Inmiddels heb ik daarover mijn mening wel uitgebreid naar voren gebracht.

Kleuren: Neutraal Raar Geen voorkeur Pagina opnieuw laden