Goedgelovig

Conclusie

Gisteren heeft de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden zijn conclusie genomen. Hier staat de samenvatting.

(N.B. Het gaat hier niet om de alledaagse betekenis van het woord ‘conclusie’, maar om de speciale juridische betekenis. Zie de dikke Van Dale; in editie 13 is dit betekenis 2.)

DNA

De herzieningsaanvraag ging voor een aanzienlijk deel over DNA en de conclusie dus ook. Ik weet zelf nauwelijks iets van dit onderwerp af, en ben ook onvoldoende ingelezen. Ik zwijg er daarom over.
(Het is niet goed dat ik niet ingelezen ben over een belangrijk deelonderwerp van de Deventer moordzaak terwijl ik wel steeds over die zaak schrijf. Maar het is op dit moment niet anders.)
Maurice de Hond weet wel veel over DNA en onderzoek daarnaar, en heeft hier al tamelijk negatief geoordeeld over de conclusie van de PG. Volgens hem zit het probleem bij de logica.

Betrouwbaar?

Zelf kan ik als gezegd de conclusie grotendeels niet volgen, maar ik heb er wel wat in zitten bladeren. Daarbij viel me deze passage op:

7.9.3. Als De J. daadwerkelijk de ochtend na de moord om 08.00 uur tegen de getuige zou hebben verteld dat het slachtoffer is vermoord, duidt dat op daderwetenschap. In zoverre is de inhoud van de verklaring als zodanig als een novum aan te merken.

En even verder:

7.9.7. Het is bijzonder vreemd dat in dit verhoor van 18 oktober 1999 niets is terug te vinden van een verklaring over het bezoek van De J. aan de begraafplaats op 24 september 1999. Volgens de getuige zou hij destijds wel degelijk over deze ontmoeting hebben verklaard, maar het is moeilijk te geloven dat de recherche daar niets van heeft opgenomen in het proces-verbaal. Hetgeen de politie heeft opgenomen in het tactisch journaal duidt bepaald niet op desinteresse van de verbalisanten ten aanzien van hetgeen de getuige over de betreffende man te vertellen heeft.

Hier wordt er kennelijk van uitgegaan dat de verbalisanten te goeder trouw waren, en keurig in het proces-verbaal hebben opgenomen wat de getuige verklaarde. Uit het feit dat dat hier niet strookte met zijn latere bewering wordt opgemaakt dat de getuige niet erg betrouwbaar is. (Dat staat er niet, maar ik proef het er wel uit.)

Nu weten we dat sommige politiefunctionarissen soms NIET eerlijk opschrijven wat een getuige of verdachte verklaart: zie dit weblog dat verwijst naar een artikel in het Dagblad van het Noorden.
Maar als sommige politiemensen in de fout gaan, mogen we niet concluderen dat ze allemaal onbetrouwbaar zijn. Ook moeten we waken tegen complotdenken (waartoe ik in de vorm van ufo-denken vroeger ook wel eens neigde). Niet alles wat het OM of de politie doet is per definitie verdacht.

Fout

Maar wat de PG in deze conclusie doet, is ook niet goed: bij het constateren van een discrepantie bij voorbaat vermoeden dat de politie eerlijk is en de getuige onbetrouwbaar. Als er een discrepantie is, dient de oorzaak daarvan grondig en onbevooroordeeld onderzocht te worden.

Onderzoek

De PG beveelt dat onderzoek gelukkig ook aan. Ik hoop dat het ook grondig en indringend zal worden uitgevoerd door de aan te wijzen raadsheer-commissaris. Hopelijk moeten de ondervraagde politiemensen hierover ook onder ede verklaren, zodat vervolging wegens meineed mogelijk is als later blijkt dat ze niet de waarheid hebben gesproken? Hopelijk zal hun ook indringend worden gevraagd naar eventuele instructies van hun superieuren, instructies tot het zoveel mogelijk veronachtzamen van aanwijzingen die in de richting van De J. wezen, en het vasthouden van het spoor richting Louwes?

Of kloppen de tijdlijnen niet? Het verhoor van H. was op 18 oktober 1999, begin november kwam Louwes in beeld.

Natuurlijk is het onwaarschijnlijk dat zulke instructies er zijn geweest. Maar als ze er zijn geweest, is het zo ernstig dat bij het minste vermoeden een diepgaand onderzoek dient plaats te vinden. Gaat de Hoge Raad nu eindelijk doen wat de Rijksrecherche (die immers tot Justitie behoort, en dus van het OM niets mag doen in deze zaak) allang had behoren uit te voeren?

Parlement en media

De fout die de PG van de Hoge Raad hier naar mijn mening maakt, maken bij voortduring ook het parlement en de media: van fraude bij OM en politie wil niemand uitgaan, en DUS hoeft de Tweede Kamer geen vragen aan ministers te stellen, en hoeven journalisten geen onderzoeks­journalistiek te plegen.

Dit is een kwalijke houding. Iets is niet onwaar omdat we niet willen en kunnen geloven dat het waar is. Iets is onwaar omdat gebleken is dat het niet waar is, bij grondig, vasthoudend en diepgaand onderzoek. Dat moet dringend plaatsvinden. Ook onderzoek naar de Schrijfproeven.