Kamerdebat geldstelsel: PVV (1)

20 maart 2016

Remmen op de geldschepping/kredietverlening

Vanaf tijdstip 53m10s in het debat was afgevaardigde Tony van Dijck (in eigen kring ook wel Teun genoemd) namens de PVV aan het woord. Ik citeer hem vanaf 55m42s:

De banken verlenen krediet, en zijn daarmee geldscheppende instellingen.

Zeer juist, zo is het maar net. Verder citaat:

De vraag is wel, ook aan deze minister, of de banken dat ongelimiteerd kunnen doen. Volgens de minister, lees ik in zijn brief, zit er een rem op. Maar die rem, die stelt niet zo veel voor, dat is «de vraag naar krediet», is bepalend. En die vraag wordt weer bepaald door de rente, en een beetje vermogenkosten als er extern gefinancieerd moet worden. Maar de vraag aan deze minister is: is die rem voldoende? Het lijkt erop, namelijk, dat alle remmen los zijn.” Einde van dit citaat om 56m15s in de video van het debat.

Ik ben niet de minister, maar ik heb wel antwoorden. Er zijn maar liefst zelfs zeven remmen op een al te uitbundige kredietverlening! Ik ga ze opnoemen.

  1. De kasreserve. Tegenwoordig door centrale banken weinig meer toegepast ter beteugeling van de geldhoeveelheid, maar het kan wel.

    Recent doet de Europese Centrale Bank eerder het omgekeerde: ze koopt waardepapier, zoals staatsobligaties, op. De betaling daarvan aan de vorige eigenaar (dat is een bank of een klant van een bank) vergroot de kasreserve van die bank. Zie MMM (Modern Money Mechanics) uit 1961–1992, onder de kop “Factors Changing Reserve Balances - Independent and Policy Actions”, bij punt “Purchases of securities”.

    Bankpresident Draghi doet die aankopen, denk ik, in de hoop dat de banken die meer kasreserve krijgen, ook meer krediet gaan verlenen, met stimulatie van de economie tot gevolg. Ik denk dat de banken dat – vanwege hieronder te noemen andere factoren – niet zullen doen, zodat het hele beleid zinloos is.

  2. De kapitaalreserve. In deze tijd veel in het nieuws. Er is een roep om meer kapitaalbuffers. Een goede zaak, al moet bedacht worden dat daarvoor de rentemarge omhoog moet, en/of de dividenden omlaag, en/of er kan relatief minder of minder riskant krediet verleend worden. Ook zuigt toevoeging aan de kapitaalreserves geld weg uit de economie, als enige van de mogelijke resultaat­bestemmingen van een bank. Bij alle andere bestemmingen keert het resultaat wel terug in de economie.

  3. Centrale banken kunnen met hogere rente de kredietverlening remmen (met een geringere geld­hoeveelheid als gevolg), of met een lagere rente de kredietverlening (en dus geldcreatie) stimuleren.

  4. Kredietverlening brengt altijd risico’s met zich mee voor de kredietverstrekker. Als perverse prikkels adequaat worden geŽlimineerd, zal dit een gezonde terughoudendheid veroorzaken. Alleen huishoudens en bedrijven met een solide verdienmodel en een goed plan voor rentebetaling en aflossing, zullen krediet kunnen krijgen. Anderen niet. Dat is zuur, maar wel beter.

  5. Ook de kredietnemer loopt risico: de lasten niet meer kunnen opbrengen is pijnlijk en kan ernstige gevolgen hebben, zoals faillissement, gedwongen verkoop, restschuld, schuldsanering. Verstandige mensen nemen dus alleen een lening als het echt nodig is en ook verantwoord.

    Maar dan nog valt pech niet uit te sluiten: werkloosheid, echtscheiding, ziekte.

  6. Zoals Kamerlid Van Dijck terecht opmerkte (minister Dijsselbloem parafraserend): er moet extern gefinancieerd worden. Hoewel geldcreatie door kredietverlening een realiteit is, moet tegenover leningen (links op de bankbalans) wel degelijk een dekking staan (rechts op de balans).

    Dat kan spaargeld zijn. Het betekent wel dat als mensen minder geneigd zijn te sparen, spaargeld schaarser en duurder kan worden. Dat kan de kredietverlening remmen.

  7. Ook eigen vermogen kan de dekking vormen voor kredieten. Als beleggers minder trek hebben in bankaandelen en/of hogere dividenden willen, wordt ook die financiering duurder, wat de uitbreiding van de kredietverlening kan belemmeren.

Gratis geld van de ECB?

Ik citeer weer Kamerlid Van Dijck van de PVV, nu vanaf tijdstip 56m15s in het debat:

Het wordt de banken wel heel makkelijk gemaakt, om geld te verdienen, veel geld. De geldkraan bij de ECB staat wagenwijd open, ze kunnen gratis geld ophalen bij het loket, wat ze vervolgens aan ons mogen doorlenen tegen dikke winsten. Voorzitter, waarom moet ik dan toch zoveel rente betalen op mijn hypotheek, als banken het gratis krijgen, of van de ECB, of door het zelf te creŽren? Waarom betaal ik dan 4,5%?, vraag ik me af.

Tot zover dit citaat, tot aan tijdstip 56m43s. Ik reageer erop in delen.

Het wordt de banken wel heel makkelijk gemaakt, om geld te verdienen, veel geld. De geldkraan bij de ECB staat wagenwijd open, ze kunnen gratis geld ophalen bij het loket, wat ze vervolgens aan ons mogen doorlenen / ”

Banken kunnen inderdaad bij centrale banken geld lenen om hun balans sluitend te maken, als ze zelf onvoldoende dekking (aan creditzijde) voor de uitstaande leningen (aan debetzijde) kunnen regelen. Wat de heer Van Dijck echter vergeet, is dat de centrale bank voor zulke leningen gewoonlijk onderpand eist, bijvoorbeeld in de vorm van waardepapier (aandelen, obligaties enz.). Die moet de bank dan eerst wel hebben, ooit gekocht hebben. Zo makkelijk gaat dat dus niet bij dat verondersteld gratis loket van de ECB.

“/ ze kunnen gratis geld ophalen bij het loket, wat ze vervolgens aan ons mogen doorlenen tegen dikke winsten.

Dat weet ik nog zo net niet, of die winsten wel zo dik zijn. In elk geval is van leners ontvangen debetrente nog niet zomaar meteen winst. Er moeten eerst nog operationele kosten af (personeel, kantoren, computers, website), financieringskosten (uitbetaalde spaarrente, uitgekeerde dividenden), en er moeten soms leningen worden afgeschreven. De daarvoor bedoelde stroppenpot moet aangevuld kunnen worden, en de kapitaalreserves moeten omhoog, vindt vrijwel iedereen.

Hoe dik de winsten precies zijn, kan iedereen desgewenst zelf nagaan (al is het een hele klus, die enig bedrijfskundig inzicht vergt): grote bedrijven, dus ook banken, moeten hun jaarverslag openbaar maken, d.w.z. deponeren bij de Kamer van Koophandel. Veelal zetten ze ze daarom tegenwoordig meteen maar op hun website. Zie aldaar.

Gratis geld uit geldcreatie?

Voorzitter, waarom moet ik dan toch zoveel rente betalen op mijn hypotheek, als banken het gratis krijgen, of van de ECB, of door het zelf te creŽren?

Daar is het weer, het bekende misverstand. Geldschepping of geldcreatie betekent NIET dat een bank eerst geld maakt, en dan het gemaakte geld aan de lener verstrekt als krediet. In plaats daarvan treedt geldschepping, tegelijk met de krediet­verstrekking, op als onvermijdelijk gevolg daarvan. Van geldcreatie wordt niemand rijker, de bank niet en de lener niet. Dit omdat er aan twee kanten van de balans iets gebeurt, maar maar ťťn kant telt mee voor de geldhoeveelheid.

Voor wie dit (begrijpelijkerwijs) lastig in te zien vindt: ik heb het al diverse keren uitgelegd, dus ik volsta met daarnaar te verwijzen, met name naar mijn artikelen 1, 2, 10, 11, 16, 19, 21, 24, 25 en 26.

Waarom hoge hypotheekrente?

Zelfde stuk citaat, iets langer, ander aspect:

Voorzitter, waarom moet ik dan toch zoveel rente betalen op mijn hypotheek, als banken het gratis krijgen, of van de ECB, of door het zelf te creŽren? Waarom betaal ik dan 4,5%?, vraag ik me af.

Daar weet ik wel antwoorden op:


21 maart 2016: een vervolg.


Copyright © 2016 R. Harmsen. Alle rechten voorbehouden.