Steeds net bijna goed (1)

11 april 2016

Inleiding

Vanmorgen beloofde ik min of meer de uitleg van het bestaande geldsysteem door ‘Ons Geld’ door te gaan nemen en waar nodig van opmerkingen te voorzien. Nu ik nauwkeuriger kijk, wordt bevestigd wat ik al dacht: de uitleg is wel correct, maar geeft de dingen soms toch nťt even niet goed weer, waardoor de lezer op het verkeerde been gezet kan worden.

Bijna dezelfde titel als die van dit artikel heb ik bijna drie jaar geleden ook al eens gebruikt, voor wat inderdaad bijna eenzelfde stukje was. Maar toch heel anders.

Omdat we elkaar niet willen hoeven vertrouwen

Citaat (in twee stukken geknipt) van Technische details:

Toen we nog klein waren hebben we geleerd dat munten en biljetten geld zijn / ”

Dat is ook zo en dat moet ook. Want anders had het geld geen waarde en kon je er niet mee betalen.

“ / en dat de bank een plaats is waar dat geld veilig wordt bewaard.

Dat is inderdaad niet zo. Waarschijnlijk ook nooit zo geweest en nooit zo bedoeld. Ik schreef er eerder over, in reactie op Tweede Kamerlid Wouter Koolmees.

Het overgrote deel van geld bestaat niet in de vorm van munten en biljetten.
  
Banken zijn geen plaatsen waar geld veilig wordt bewaard.

Klopt, helemaal waar. En dat moet ook, want anders is het schadelijk voor de economie en dus voor ons allemaal.

Geen opzet

Het geld op bankrekeningen bestaat uit boekhoudregels / ”

Bijna goed. Nee, misleidend, dus helemaal fout.

Geld is vordering van publiek op banken, en die boekhoudregels (zinnige en verstandige regels, overigens) worden gehanteerd om die vorderingen op een systematische manier te administreren. Dat is iets anders.

De voorstelling dat geld uit boekhoudkundige regels zou bestaan (boekhoudregels, wacht eens, dat kun je op twee manieren opvatten, de regels van de boekingen, halve journaalposten; en de regels die aangeven hoe het moet; nou ja, allebei waar eigenlijk!) doet denken aan het sprookje dat geld slechts uit ‘in een computer getypte getalletjes’ zou bestaan. Dus fake, verzonnen, niet echt.

Maar zo is het niet. De vorderingen zijn keihard en echt, de keerzijde van echte schulden (van de banken aan ons, niet andersom). En die getalletjes, op papier of in een computer, dat is alleen een technisch uitvoeringsdetail. Die dienen voor de vastlegging, maar de getallen zijn niet zelf het geld.

Nog eens het citaat, nu helemaal:

Het geld op bankrekeningen bestaat uit boekhoudregels en banken zijn de beheerder van deze boekhoudingen. In dit boekhoudproces creŽren en vernietigen banken geld. Dit principe werkt hetzelfde voor centrale banken als voor commerciŽle banken (Rabobank, ABN-AMRO, SNS, etc.) en is essentieel om te begrijpen.

Klopt, is waar.

Maar ťťn wezenlijk aspect is hier weggelaten, wat voor mij reden is de formulering toch als misleidend te beoordelen: de banken doen dat creŽren en vernietigen niet als bewuste, doelgerichte acties. Wat ze wel bewust en doelgericht doen, is kredieten verlenen en daarop aflossingen en rente in ontvangst nemen. En als niet te vermijden, automatisch bij-effect treedt dan geldschepping resp. geldvernietiging op. Dat volgt uit de definitie van geld en de boekhoudregels.

Maar het is niet het doel van de bankier, zou ook niet zinnig zijn, aangezien bank noch lener van geldschepping rijker worden. Indirect wel via de rente: daarvan wordt de bank rijker en de lener armer.

Leg het dan goed en compleet uit!

Ik citeer verder, nu uit Drie typen geld, onderdeel Commercieel bankgeld.

Het derde type geld, commercieel bankgeld, vertegenwoordigt ruim 95% van de geldhoeveelheid. In tegenstelling tot cash en centrale bank reserves wordt dit geld niet gecreŽerd door de centrale bank of een ander onderdeel van de overheid, maar door private banken. Deze vorm van ‘geld’ wordt gecreŽerd door private banken wanneer ze kredieten verstrekken.

Waar.

Alhoewel dit vandaag de dag digitaal geld betreft hoeft dat niet perse zo te zijn (en in het verleden was dit ook niet zo).

Klopt. Vroeger schreef de bank het geld dat je inlegde bij in je spaarbankboekje, met een stempel erover om te bewijzen dat het echt was. Zelf schreef de bank het natuurlijk ook bij in haar eigen boeken. Vandaar het woord ‘boekhouding’: de transacties werden letterlijk in boeken, dagboeken, debiteurenboeken, grootboeken bijgehouden. In het Engels heet een grootboek ‘general ledger’. Een legger, zo’n dikke map met een gat in de rug om hem uit de kast te kunnen trekken. Wij duiden dat met een Duits woord nog steeds wel aan als een ‘ordner’, een map waarin je dingen ordelijk kunt bewaren.

Tegenwoordig uiteraard allemaal vervangen door computers (hoewel zulke ordners nog steeds in kantoren in de kasten staan), maar dat is puur een technisch verschil. Het maakt het geld, de vorderingen, niet minder echt en hard.

Private banken kunnen simpelweg geld creŽren door deposito’s aan hun balansen toe te voegen.

Is waar. Maar hier wordt weer (opzettelijk of omdat het later aan de orde komt?) een cruciaal punt weggelaten: tegenover dat deposito aan de rechterkant (dat is het geschapen geld; overigens voor de bank een schuld en niet een bezit) creŽert de bank tegelijkertijd (want elke boeking moet in evenwicht zijn) de lening (vordering voor de bank, schuld voor de lener) aan de linkerkant. Per saldo dus geen voordeel: er komt evenveel schuld als bezit bij, zowel voor de lener als voor de bank.

Waarom de deal dan toch door beide partijen als zinvol wordt ervaren, is omdat de voorwaarden zo scheef zijn, namelijk voor de bank veel ongunstiger dan voor de lener. En precies dat is een van de redenen waarom de lener rente moet betalen. Voor wat hoort wat.

Daarom stellen steeds meer mensen dat private banken commercieel bankgeld uit het ‘niets’ creŽren.

Waar, in die zin dat er na het aangaan van de transactie M1 (monetair geld) is dat er eerst niet was. Maar misleidend door de suggestie dat de bank zich verrijkt met een smerige truc, want dat is niet zo.

Overigens is het girale, digitale karakter geen voorwaarde voor deze vorm van geldschepping. En ook fractional reserve banking is er niet voor nodig. Want al bij een ouderwetse lening, puur met contanten, treedt aantoonbaar geldschepping op. De moderne manier is equivalent aan de oudere.

Lesje boekhouden

Ik lees nu bij Introductie van bankbalansen. Goeie uitleg! Ik had die bijna zelf geschreven kunnen hebben. Dit gedeelte vind ik de moeite waar om te citeren:

In tegenstelling tot wat mensen denken wordt het geld dat je stort op jouw bankrekening eigendom van de bank. Als tegenprestatie ontvang je een belofte van de bank om hetzelfde bedrag terug te betalen wanneer je daarom vraagt. Deze belofte wordt genoteerd aan de passivazijde van de bankbalans en is wat je ziet op je bankafschrift (daarom staat je spaarsaldo genoteerd als ‘cr’ = credit = krediet van de bank = wat de bank heeft geleend van jou). Dit betekent dat het ‘geld’ op je bankrekening geen elektronische weergave is van fysiek geld in de kluis van de bank. Het is enkel een belofte van de bank om je terug te betalen wanneer je daarom vraagt (ofwel in de vorm van contanten ofwel in de vorm van een digitale overboeking).

Helemaal waar. Vooral dat “wat de bank heeft geleend van jou”. De bank leent het geld van ons, niet andersom. De vordering die wij hebben op de bank, ofwel de schuld die de bank heeft aan ons, die IS het geld. Dat is wat ik steeds zeg, en waarmee je alles rond geldschepping altijd kunt nagaan. Zo handig!

MB

Dan de pagina Hoe centrale banken geld creŽren. Goeie uitleg. Lijkt heel erg veel op mijn eigen artikel nr. 27, hoewel ik echt eerlijk waar niet gespiekt heb. Wel zijn we vermoedelijk beiden schatplichtig aan de centrale bank van Chicago, die dit soort dingen in 1961 al beschreef: Modern Money Mechanics.

Ik schreef mijn verhaaltje als reactie op parlementariŽr Van Dijck van de PVV, die er in de Kamer niets van bleek te begrijpen. Jammer dat hij als duidelijke fan van ‘Ons Geld’ ook hun uitleg toen nog niet gelezen had!

Betalen

Ik ben aangeland bij Hoe betalingen worden gedaan. Citaat:

Tot dusver hebben we laten zien hoe banken de nummers maken die verschijnen op onze rekeningen. Naar deze nummers wordt verwezen met de termen ‘bankkrediet’, en ‘bankdeposito’s’.

Ik ruik hier weer een vertaalfout. Numbers, dan zijn deze context getallen, in het Nederlands. Ook wel ‘de cijfers’. Maar dat geeft niet, we begrijpen wat bedoeld is. Belangrijker: ik wijs er nogmaals op dat de getallen niet het geld zijn, dus niet virtueel, maar dat de cijfers de weergave, de vastlegging, de registratie zijn van wat het geld werkelijk is: vordering.

Verder klopt alles in deze uitleg van ‘Ons Geld’. De hele uiteenzetting lijkt heel erg veel op de soort dingen die ik tot vervelens toe in mijn tientallen artikelen heb staan.

Fascinerend eigenlijk: ‘Ons Geld’ en ik zijn het over de technische details van het bestaande systeem opvallend eens, hier en daar stel ik een wat duidelijkere formulering voor; en toch komen we tot totaal andere conclusies over wat er aan de hand is met banken, en of en hoe het anders moet!

Dat was bij twee eerdere gelegenheden, met andere gesprekspartners, ook al zo:  1  en  2 .

Hoe kan dat nou? Wie het snapt mag het zeggen.

Vervolg

Zo, dit artikel is zo wel weer lang genoeg, en ik zie al, verder lezend, dat er nog meer komt. Dat dus in een volgende aflevering.


Copyright © 2016 R. Harmsen. Alle rechten voorbehouden.

Kleuren: Neutraal Raar Geen voorkeur Pagina opnieuw laden